Wet op de rechtsbijstand

WRB

Huidige tekst

Artikel 34 WRB

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Rechtsbijstand overeenkomstig de bepalingen van deze wet wordt verleend aan hen wier inkomen per jaar € 21 800 per 1 januari 2026: € 35.400 of minder bedraagt, indien zij alleenstaand zijn, dan wel, indien zij met één of meer anderen een gemeenschappelijke huishouding voeren, ten hoogste € 31 000 per 1 januari 2026: € 50.000.

  2. 2

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt geen rechtsbijstand verleend, indien de rechtzoekende beschikt over een vermogen dat meer bedraagt dan het drempelbedrag, genoemd in artikel 9.4a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001.

  3. 3

    Bij de vaststelling van het inkomen en vermogen van de rechtzoekende worden, behoudens het geval van onderling tegenstrijdige belangen, mede in aanmerking genomen het inkomen en vermogen van: a.de echtgenoot of geregistreerde partner van de rechtzoekende, tenzij deze op het moment van de aanvraag duurzaam van hem gescheiden leeft; b.de persoon van verschillend of gelijk geslacht met wie de rechtzoekende duurzaam een gezamenlijke huishouding voert, tenzij tussen deze en de rechtzoekende op het moment van de aanvraag een bloedverwantschap in de eerste of tweede graad bestaat.

  4. 4

    De inkomensgrenzen, bedoeld in het eerste lid, worden jaarlijks per 1 januari aangepast met het percentage waarmee het indexcijfer van de lonen op 31 oktober van het voorgaande jaar afwijkt van het overeenkomstige indexcijfer op 31 oktober in het daaraan voorafgaande jaar, met dien verstande dat afronding plaatsvindt op het naastliggende veelvoud van EUR 100,-. Onze Minister maakt jaarlijks de geïndexeerde bedragen bekend door publicatie in de Staatscourant. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat onder het indexcijfer van de lonen, bedoeld in de eerste volzin, wordt verstaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:996Hoge Raad, 23 juni 2026 (strafrecht)

    Poging tot zware mishandeling (art. 302.1 jo. 45 Sr) en bedreiging (art. 285.1 Sr) van medewerker jeugdzorginstelling waar verdachte verbleef. Verweer strekkende tot strafvermindering i.v.m.…

  • ECLI:NL:PHR:2025:660Parket bij de Hoge Raad, 6 juni 2025 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Schadevergoeding op grond van art. 10:11 Wvggz of art. 10:12 Wvggz. Hoger beroep of cassatie. Vergoeding kosten van rechtsbijstand. Toevoeging.

  • ECLI:NL:HR:2024:48Hoge Raad, 19 januari 2024 (civiel recht)

    Wvggz. Kosten van rechtsbijstand in cassatie. Beschikking tot voortzetting van crisismaatregel wordt in cassatie vernietigd, waarna toevoeging voor rechtsbijstand in cassatie wordt ingetrokken op…

  • ECLI:NL:PHR:2023:656Parket bij de Hoge Raad, 4 juli 2023 (civiel recht)

    Cassatie in het belang der wet; kan in een procedure op grond van art. 38 lid 4 Wrb een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen?

  • ECLI:NL:RVS:2026:3795Raad van State, 1 juli 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluiten van 8 september 2023 en 13 oktober 2023 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand aanvragen van [wederpartij] om een reguliere toevoeging afgewezen. Deze uitspraak gaat over de…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:3780Rechtbank Gelderland, 13 mei 2026 (bestuursprocesrecht)

    De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. De raad is namelijk niet ingegaan op eisers onderbouwde stelling dat hij over een deel van…

  • ECLI:NL:RVS:2025:3550Raad van State, 30 juli 2025 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 12 februari 2021 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand vastgesteld dat [appellant] met terugwerkende kracht geen recht heeft op vergoeding van de kosten voor de…

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:2565Rechtbank Oost-Brabant, 2 mei 2025 (bestuursprocesrecht)

    terugkomen van de raad van zijn voornemen een aan derde-partij verleende toevoeging voor rechtsbijstand met terugwerkende kracht in te trekken – resultaatbeoordeling – artikel 34g, eerste lid, aanhef…

169 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.