Wet op de rechtsbijstand

WRB

Huidige tekst

Artikel 34a WRB

Geldt sinds 1 juli 2010

  1. 1

    Het inkomen van de rechtzoekende is het inkomensgegeven in het peiljaar. Voor zover van de rechtzoekende geen inkomensgegeven beschikbaar is, wordt onder inkomen verstaan het bedrag dat in het peiljaar het inkomen zo goed mogelijk benadert, dan wel het door het bestuur op grond van door de rechtzoekende overgelegde gegevens vastgestelde bedrag aan inkomen. Indien een inkomensgegeven over het peiljaar beschikbaar is dat afwijkt van het eerder toegepaste inkomensgegeven of het bedrag, bedoeld in de tweede volzin, en dat gevolg heeft voor het al dan niet verlenen van een toevoeging of de hoogte van de door de rechtzoekende verschuldigde eigen bijdrage, neemt het bestuur ambtshalve een besluit dat in de plaats komt van het eerder genomen besluit. Artikel 34d, eerste lid, derde volzin, is van toepassing.

  2. 2

    Indien op grond van het ambtshalve besluit van het bestuur, bedoeld in het eerste lid, de rechtzoekende een hogere eigen bijdrage verschuldigd is, is hij hetgeen meer moet worden betaald verschuldigd aan het bestuur. Is de rechtzoekende een lagere eigen bijdrage of geen eigen bijdrage verschuldigd, dan kan hij het teveel betaalde vorderen van het bestuur. Over de te betalen of te vorderen bedragen worden geen renten en kosten vergoed. Artikel 34f is van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    Het vermogen is het vermogen in het peiljaar. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven voor de vaststelling van het voor de financiële draagkracht in aanmerking te nemen inkomen en vermogen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:3780Rechtbank Gelderland, 13 mei 2026 (bestuursprocesrecht)

    De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. De raad is namelijk niet ingegaan op eisers onderbouwde stelling dat hij over een deel van…

  • ECLI:NL:RBGEL:2024:2348Rechtbank Gelderland, 23 april 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag om een toevoeging voor rechtsbijstand. Rechtsbijstandverlener heeft zonder medeweten van eiseres een aanvraag gedaan. Een aanvraag kan alleen…

  • ECLI:NL:RBOBR:2023:2150Rechtbank Oost-Brabant, 11 mei 2023 (bestuursprocesrecht)

    Artikel 43, derde lid, van de Wrb is een bevoegdheid en geen verplichting en de Raad zal moeten beoordelen of terugvordering evenredig is. Dit vereist een onderzoek naar de omstandigheden van het…

  • ECLI:NL:GHSHE:2023:83Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17 januari 2023 (civiel recht)

    Het hof oordeelt dat op grond van artikel 7:405 lid 1 BW de opdrachtgever loon aan de opdrachtnemer verschuldigd is, indien de overeenkomst door de opdrachtnemer is aangegaan in de uitoefening van…

  • ECLI:NL:RBNNE:2022:849Rechtbank Noord-Nederland, 18 maart 2022 (bestuursrecht)

    Rechtsbijstand, 34g Wrb. Verzoek om toevoeging in te trekken afgewezen. Geschil over hoogte van behaalde resultaat en moment van bepalen normbedrag. Bij toevoeging was rechtszoekende alleenstaande…

  • ECLI:NL:RBNHO:2021:7315Rechtbank Noord-Holland, 25 augustus 2021 (civiel recht)

    Eindvonnis. Eiser niet geslaagd in leveren bewijs van stelling dat hij, gelet op zijn inkomen, in aanmerking had kunnen komen voor gefinancierde rechtsbijstand en dat een toevoeging zou zijn verleend…

  • ECLI:NL:RVS:2020:2624Raad van State, 4 november 2020 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 26 september 2017, met als verzenddatum 28 september 2017, heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aan [appellant] verleende toevoeging ingetrokken. De raad heeft aan…

  • ECLI:NL:RVS:2018:3865Raad van State, 28 november 2018 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 1 juni 2016 heeft de raad de eigen bijdrage van [appellant] in de kosten voor verleende rechtsbijstand gewijzigd vastgesteld op een bedrag van € 744,00.

38 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.