Wet arbeid en zorg

WAZO

Huidige tekst

Artikel 4:2b WAZO

Geldt sinds 1 januari 2024

Recht op en hoogte van de uitkering tijdens het aanvullend geboorteverlof 1 Op aanvraag van een werknemer als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, aanhef en onderdeel a, verstrekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bij opname van het aanvullend geboorteverlof, bedoeld in artikel 4:2a, een uitkering aan die werknemer. 2 De uitkering wordt over ten hoogste vijf gehele weken verstrekt. 3 De uitkering bedraagt per dag 70% van het dagloon van de in het eerste lid bedoelde werknemer, doch ten hoogste 70% van het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, met betrekking tot een loontijdvak van een dag. 4 Het dagloon, bedoeld in het derde lid, wordt berekend aan de hand van 1/261 deel van het loon, bedoeld in hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen, dat de werknemer in de periode van een jaar, die eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak, waarin het recht op de uitkering is ontstaan, verdiende op grond van de arbeidsovereenkomst of de publiekrechtelijke aanstelling waaruit dat recht is ontstaan. 5 Bij algemene maatregel van bestuur worden ten aanzien van de vaststelling en de herziening van het dagloon nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld, onder meer over de vaststelling en de herziening van het dagloon wanneer de werknemer korter dan een jaar heeft gewerkt bij zijn werkgever. 6 Op een op grond van dit artikel vastgesteld dagloon is artikel 16 van de Ziektewet van overeenkomstige toepassing. 7 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt op aanvraag aan een werknemer wiens arbeidsverhouding niet wordt beschouwd als dienstbetrekking op grond van artikel 6 van de Ziektewet en die uitsluitend om die reden niet wordt aangemerkt als werknemer in de zin van die wet, een uitkering bij opname van het aanvullend geboorteverlof, bedoeld in artikel 4:2a. De uitkering bedraagt naar rato van de overeengekomen arbeidsduur per week 70% van het loon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag indien zijn recht op uitkering niet kan worden vastgesteld overeenkomstig het derde tot en met zesde lid. Bij de berekening van de uitkering wordt uitgegaan van een arbeidsduur van 36 uren per week.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:13513Rechtbank Noord-Holland, 15 september 2026 (arbeidsrecht)

    Toewijziging transitievergoeding omdat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd en op initiatief van werkgever niet is voortgezet. Aanvullend geboorteverlof. Gedeeltelijke toewijzing…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:69Rechtbank Amsterdam, 13 januari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag betaald ouderschapsverlof, WAZO, ongegrond.

  • ECLI:NL:RBROT:2025:10158Rechtbank Rotterdam, 6 augustus 2025 (bestuursrecht)

    Boete van € 40.000,- voor 4x overtreding 18b(2) Wml. En boete van € 11.250,- voor overtreding van art. 4:3(2) Awt. Na zitting gevoegd. De minister heeft deze boetes aan eiseres opgelegd omdat zij…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:23507Rechtbank Den Haag, 23 september 2024 (bestuursrecht)

    Verweerder mocht de boete van 15.250 euro aan eiseres opleggen. Verder heeft verweerder de betalingsregeling in redelijkheid kunnen vaststellen. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:4076Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 juni 2023 (socialezekerheidsrecht)

    WIA

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.