Wet arbeid en zorg

WAZO

Huidige tekst

Artikel 3:13 WAZO

Geldt sinds 1 januari 2022

  1. 1

    De uitkering, bedoeld in deze paragraaf, bedraagt per dag het dagloon.

  2. 2

    Voor de berekening van de uitkering waarop op grond van deze paragraaf recht bestaat, wordt als dagloon beschouwd 1/261 deel van het loon, bedoeld in hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen, dat de werknemer of de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, dan wel de betrokkene, bedoeld in artikel 3:10, in de periode van één jaar, die eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin het recht op uitkering op grond van deze paragraaf is ontstaan, verdiende in de dienstbetrekking waaruit dat recht is ontstaan, doch ten hoogste het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, met betrekking tot een loontijdvak van een dag.

  3. 3

    In afwijking van het tweede lid, wordt, indien de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, direct voorafgaand aan het recht op uitkering op grond van deze wet of de betrokkene, bedoeld in artikel 3:10, voorafgaand aan het recht op uitkering op grond van deze wet, een recht op uitkering heeft gehad op grond van de Ziektewet, de Werkloosheidswet, met uitzondering van artikel 18 en hoofdstuk IV, of de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, voor de hoogte van het dagloon uitgegaan van het dagloon zoals dat op grond van de Ziektewet, Werkloosheidswet, of Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is vastgesteld en herzien.

  4. 4

    Bij algemene maatregel van bestuur worden ten aanzien van de vaststelling en de herziening van het dagloon, bedoeld in het tweede en derde lid, nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld, onder meer over de vaststelling en herziening van het dagloon wanneer de dienstbetrekking in het tweede lid, korter heeft geduurd dan het jaar, bedoeld in dat lid en over de vaststelling van het dagloon voor de vrijwillig verzekerde, bedoeld in artikel 3:6, tweede lid, van deze wet.

  5. 5

    Op een op grond van dit artikel vastgesteld dagloon, is artikel 16 van de Ziektewet van overeenkomstige toepassing.

  6. 6

    Indien het gaat om een werknemer waarvoor de werkgever loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, eerste of tweede lid, van de Participatiewet ontvangt en de werknemer recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, wordt de uitkering vermenigvuldigd met de voor die werknemer vastgestelde loonwaarde, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet.

  7. 7

    Voor de toepassing van het zesde lid wordt: a.indien de voor de werknemer vastgestelde loonwaarde lager is dan 30 procent, de loonwaarde gesteld op 30 procent; b.indien de loonkostensubsidie, met toepassing van artikel 10d, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet wordt verstrekt zonder dat de loonwaarde is vastgesteld, de loonwaarde gesteld op 50 procent.

  8. 8

    Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het zesde en zevende lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNNE:2023:1764Rechtbank Noord-Nederland, 28 april 2023 (bestuursrecht)

    Inhoudelijke behandeling verzoek om terug te komen op. WAZO-dagloon. Professioneel rechtshulpverlener.

  • ECLI:NL:CRVB:2020:690Centrale Raad van Beroep, 18 maart 2020 (socialezekerheidsrecht)

    Wazo-uitkering. Hoogte dagloon. Door het loon over de periode van 7 november 2016 tot en met 30 november 2016 niet te betrekken in de dagloonberekening heeft het Uwv een juiste toepassing gegeven aan…

  • ECLI:NL:CRVB:2017:2258Centrale Raad van Beroep, 21 juni 2017 (socialezekerheidsrecht)

    Refertejaar voor vaststelling van zowel het ZW-dagloon als het WAZO-dagloon. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het ZW-dagloon terecht is vastgesteld op € 127,65 per dag. De rechtbank…

  • ECLI:NL:RBDHA:2016:15615Rechtbank Den Haag, 23 december 2016 (socialezekerheidsrecht)

    Dagloonvaststelling op grond van artikel 3:13 van de Wazo. Toetsing aan formele wetgeving cq innerlijke waarde of billijkheid niet toegestaan. Ook is geen sprake van omstandigheden om strikte…

  • ECLI:NL:CRVB:2015:1630Centrale Raad van Beroep, 13 mei 2015 (socialezekerheidsrecht)

    De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat artikel 11 van het Besluit Dagloonregels werknemersverzekeringen op appellante van toepassing was. Dat betekent dat voor de vaststelling van het WAZO-dagloon…

  • ECLI:NL:RBROT:2014:3069Rechtbank Rotterdam, 24 april 2014 (socialezekerheidsrecht)

    Dagloonvaststelling door UWV in kader van de Wazo. Door een omissie is artikel 3:13, tweede lid, van de Wazo (wijziging referteperiode) op 1 januari 2013 in werking getreden in plaats van 1 juni…

  • ECLI:NL:CRVB:2010:BM8147Centrale Raad van Beroep, 3 juni 2010 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling WAZO-dagloon. Het ZW-dagloon in overeenstemming met artikel 11 van het Besluit (dagloonregels werknemersverzekeringen) correct is vastgesteld. De Raad onderkent dat toepassing van deze…

  • ECLI:NL:CRVB:2009:BK5644Centrale Raad van Beroep, 2 december 2009 (socialezekerheidsrecht)

    De Raad stelt vast dat het Besluit niet voorziet in de mogelijkheid om in afwijking van artikel 11 van het Besluit van een langere referteperiode uit te gaan. Met betrekking tot de vraag of de…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.