Visserijwet 1963

Huidige tekst

Artikel 33 Visserijwet 1963

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    Een overeenkomst van huur en verhuur van visrecht, voor zover aangegaan voor een periode van zes jaren, wordt van rechtswege verlengd voor een gelijke periode, tenzij: a.de verhuurder uiterlijk acht maanden voor het eind van de lopende overeenkomst aan de huurder een nieuwe overeenkomst van huur en verhuur van visrecht heeft aangeboden of aan hem schriftelijk te kennen heeft gegeven de overeenkomst van huur en verhuur van het visrecht niet te willen voortzetten, of b.de huurder, indien door de verhuurder geen toepassing is gegeven aan onderdeel a, voor het einde van de lopende overeenkomst aan de verhuurder schriftelijk te kennen heeft gegeven de overeenkomst van huur en verhuur van het visrecht niet te willen voortzetten.

  2. 2

    Tenzij de overeenkomst van huur en verhuur van het visrecht is aangegaan voor een jaar of een periode korter dan een jaar, kan de huurder de Kamer verzoeken de lopende overeenkomst te verlengen: a.indien de verhuurder hem een nieuwe overeenkomst heeft aangeboden waarmee hij zich niet kan verenigen; b.indien de verhuurder hem te kennen heeft gegeven de overeenkomst niet te willen voortzetten, of c.in het geval die overeenkomst is aangegaan voor een andere tijdsduur dan zes jaren. Dit verzoek wordt ten minste een half jaar vóór het einde van de lopende overeenkomst gedaan.

  3. 3

    Een verzoek als bedoeld in het tweede lid kan worden beperkt tot een gedeelte van het visrecht, waarop de overeenkomst betrekking heeft.

  4. 4

    De Kamer beslist naar billijkheid, evenwel met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.

  5. 5

    De Kamer wijst het verzoek in ieder geval af indien de verhuurder de overeenkomst niet wil voortzetten wegens de omstandigheid dat de huurder voor het einde van de lopende overeenkomst de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt of zal bereiken.

  6. 6

    Indien een doelmatige bevissing van het water, waarop de overeenkomst betrekking heeft dan wel van het complex van wateren, waartoe dat water behoort, door de toewijzing van het verzoek zou worden belemmerd, wijst de Kamer het verzoek af dan wel beperkt zij de verlenging tot een gedeelte van het visrecht.

  7. 7

    Indien en voor zover de Kamer het verzoek toewijst, stelt zij de duur vast voor welke de verlenging zal gelden en welke ten hoogste zes jaren zal bedragen.

  8. 8

    Ingeval de verlenging tot een gedeelte van het visrecht wordt beperkt, stelt de Kamer de prestatie van de huurder vast.

  9. 9

    Indien de Kamer een niet overeenkomstig het bepaalde in het derde lid beperkt verzoek tot verlenging toewijst, kan zij, indien daartoe naar haar oordeel aanleiding bestaat, de prestatie van de huurder herzien.

  10. 10

    Indien de Kamer het verzoek geheel of onder beperkingen toewijst, kan zij de overeenkomst wijzigen of aan haar besluit voorschriften verbinden ter verzekering van de belangen van de verhuurder of van de bij de uitoefening van het visrecht betrokken visserijbelangen van derden. Alsdan is artikel 30, eerste lid, tweede volzin, en tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:8562Rechtbank Gelderland, 15 oktober 2025 (bestuursrecht)

    Deze uitspraak gaat over het verzoek van eiser om andere partijen dan eiser te schrappen van de met de Vereniging tot Behoud van Natuurmomenten (Natuurmonumenten) gesloten huurovereenkomst visrecht…

  • ECLI:NL:RBGEL:2024:3419Rechtbank Gelderland, 5 juni 2024 (bestuursrecht)

    Intrekking van de eerder verleende goedkeuring door de Kamer voor de Binnenvisserij van de tussen Staatsbosbeheer en de visvereniging gesloten huurovereenkomst schubvisrecht. Er doet zich geen…

  • ECLI:NL:RBMNE:2020:5134Rechtbank Midden-Nederland, 24 november 2020 (bestuursrecht)

    Verschoning, gegrond, lidmaatschap rechters van ideologische vereniging.

  • ECLI:NL:RVS:2019:2006Raad van State, 26 juni 2019 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 26 juni 2017 heeft de Kamer de huurovereenkomst van visrecht tussen Natuurmonumenten en de Algemene Bond van Binnenvissers in Noordwest-Overijssel verlengd met zes jaar.

  • ECLI:NL:RVS:2018:2209Raad van State, 4 juli 2018 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 18 september 2015 heeft de Kamer het verzoek van de vereniging Sportvisserij Zuidwest-Nederland (hierna: SZWN) om ongewijzigde verlenging van de huurovereenkomst tussen SZWN en de…

  • ECLI:NL:RVS:2018:2235Raad van State, 4 juli 2018 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 29 mei 2015 heeft de Kamer een verzoek van [appellant] om verlenging van een overeenkomst van huur en verhuur van visrecht toegewezen voor de duur van een jaar, ingaand op 1 januari…

  • ECLI:NL:RVS:2018:1852Raad van State, 6 juni 2018 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 4 december 2015 heeft de Kamer de tussen [persoon] en de Staat gesloten overeenkomst van huur en verhuur van aalvisrecht krachtens artikel 33 van de Visserijwet 1963 (hierna: de…

  • ECLI:NL:RVS:2018:1853Raad van State, 6 juni 2018 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 4 december 2015 heeft de Kamer de tussen [de vennootschap] en de Staat gesloten overeenkomst van huur en verhuur van aalvisrecht krachtens artikel 33 van de Visserijwet 1963 (hierna…

15 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.