Visserijwet 1963

Huidige tekst

Artikel 21 Visserijwet 1963

Geldt sinds 25 januari 2014

  1. 1

    Behoudens indien het betreft het uitzetten van vis, is het verboden in een water als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel d, te vissen voor zover een ander rechthebbende is op het visrecht van dat water.

  2. 2

    Het verbod in het eerste lid geldt niet: a.voor hem, die voorzien is van een schriftelijke toestemming van de rechthebbende, geldende voor de visserij, welke wordt uitgeoefend; b.voor hem die de rechthebbende op het visrecht of de houder van de schriftelijke toestemming behulpzaam is bij het vissen met een vistuig, dat niet door één persoon kan worden bediend; c.voor het vissen met een hengel door personen onder de veertien jaar die vissen onder begeleiding van een volwassene die voorzien is van de in onderdeel a bedoelde schriftelijke toestemming, of die vissen in het kader van een door de betreffende rechthebbende op het visrecht georganiseerd evenement; d.voor het vissen in een binnen een afgesloten erf gelegen viswater, dat geen voor het doorlaten van vis geschikte verbinding met andere wateren bezit dan wel in een viskwekerij, die voldoet aan de door Onze Minister te stellen regelen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:1973:AC5347Hoge Raad, 22 juni 1973 (civiel recht)

    Openbaar vaarwater. Moet de eigenaar dulden dat daar geankerd wordt voor recreatieve doeleinden.

  • ECLI:NL:RBOVE:2025:6484Rechtbank Overijssel, 10 november 2025 (strafrecht)

    Verdachte heeft opzettelijk gehandeld in strijd met de Visserijwet 1963 en de Wet natuurbescherming. Ook heeft verdachte gebruik gemaakt van valse of vervalste vismerken en deze valse of vervalste…

  • ECLI:NL:RBOVE:2025:6485Rechtbank Overijssel, 10 november 2025 (strafrecht)

    Verdachte heeft feitelijke leiding gegeven aan het opzettelijk handelen in strijd met de Visserijwet 1963. Zij wordt vrijgesproken van het geven van feitelijke leiding aan het opzettelijk handelen in…

  • ECLI:NL:RBOVE:2025:6486Rechtbank Overijssel, 10 november 2025 (strafrecht)

    Verdachte heeft opzettelijk gehandeld in strijd met de Visserijwet 1963 en de Wet natuurbescherming. Ook heeft verdachte gebruik gemaakt van valse of vervalste vismerken en deze valse of vervalste…

  • ECLI:NL:RBOVE:2024:5796Rechtbank Overijssel, 6 november 2024 (civiel recht)

    In 2015 heeft[eiser ten behoeve van de aanleg van het Reevediep een waterperceel aan de Provincie verkocht en geleverd. Als onderdeel van de koopovereenkomst hebben de Provincie en SBB aan eiser…

  • ECLI:NL:RBGEL:2022:2711Rechtbank Gelderland, 1 juni 2022 (verbintenissenrecht)

    Visrecht. Onrechtmatig gevist in baggergat, maar onrechtmatige daad niet toerekenbaar.

  • ECLI:NL:RVS:2021:586Raad van State, 17 maart 2021 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 31 januari 2019 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een aanvraag van [appellant] om hem een visrecht voor schelpdieren te verlenen afgewezen. [appellant]…

  • ECLI:NL:GHARL:2020:9696Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 november 2020 (strafrecht)

    OM-appel. Verdachte wordt veroordeeld voor het vissen in een water zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op het visrecht van dat water.

19 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.