Visserijwet 1963

Huidige tekst

Artikel 61 Visserijwet 1963

Geldt sinds 1 februari 2002

  1. 1

    De opsporingsambtenaren zijn ter vervulling van hun taak bevoegd te vorderen, dat bestuurders van vervoermiddelen, met uitzondering van openbare vervoermiddelen, deze doen stilhouden en onderzoek toestaan van de vervoermiddelen en van de zich daarin bevindende voorwerpen. Zij kunnen tevens vorderen, dat de bestuurders overeenkomstig hun aanwijzingen ter zake medewerking verlenen.

  2. 2

    Onze Minister is bevoegd na overleg met Onze Minister van Justitie regelen te stellen omtrent de wijze, waarop vorderingen tot het doen stilhouden, als bedoeld in het vorige lid, worden gedaan.

  3. 3

    Het opzettelijk niet voldoen aan een vordering, als bedoeld in het eerste lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.

  4. 4

    Het feit strafbaar gesteld bij dit artikel wordt als overtreding beschouwd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.