Visserijwet 1963

Huidige tekst

Artikel 8 Visserijwet 1963

Geldt sinds 1 januari 2007

  1. 1

    Voor de geldigheid van een schriftelijke toestemming, als bedoeld in artikel 7, is vereist, dat deze in duidelijk leesbaar en niet door vegen uit te wissen schrift ten minste vermeldt: de naam, de voorletters en de woonplaats van de rechthebbende op het visrecht en van de houder, de geboortedatum van de houder, de omschrijving van het water en de visserij, waarvoor zij geldt, de dagtekening en de geldigheidsduur.

  2. 2

    De geldigheidsduur van een schriftelijke toestemming eindigt in ieder geval na verloop van drie jaren na de dagtekening der schriftelijke toestemming.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.