Visserijwet 1963

Huidige tekst

Artikel 4 Visserijwet 1963

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    In het belang van de visserij in de wateren, bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder b, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regelen worden gesteld, die kunnen strekken tot instandhouding dan wel uitbreiding van de visvoorraden in die wateren onderscheidenlijk tot een beperking van de vangstcapaciteit. Bij het stellen van zodanige regelen kan mede rekening worden gehouden met de belangen van de natuurbescherming.

  2. 2

    Bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in het eerste lid, kunnen mede voorschriften worden gegeven in het belang van de naleving van de aldaar bedoelde regelen.

  3. 3

    De in het tweede lid bedoelde voorschriften kunnen mede inhouden het opleggen van een verplichting aan hen, die vis van een aanvoerder betrekken en hen, die hun bemiddeling verlenen bij het veilen van vis tot het voeren van een administratie en tot het doen van opgave aan een bij die voorschriften aangewezen autoriteit van de hoeveelheden vis door hen van een aanvoerder betrokken onderscheidenlijk aan hen ter veiling aangeboden.

  4. 4

    Een krachtens het eerste lid vastgestelde maatregel wordt, indien deze regelen stelt met betrekking tot beperking van de vangstcapaciteit, aan beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel kan nadat 30 dagen na de overlegging zijn verstreken in werking treden, tenzij binnen die termijn door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van één der Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in de maatregel te regelen onderwerp bij de wet zal worden geregeld. Indien zodanige wens te kennen is gegeven, dienen Wij zo spoedig mogelijk een desbetreffend wetsvoorstel in.

  5. 5

    Onze Minister kan, indien hij overweegt een voordracht te doen tot vaststelling, wijziging of intrekking van een maatregel als bedoeld in het vierde lid en naar zijn oordeel de goede werking van de desbetreffende maatregel een onmiddellijke voorziening eist, overeenkomstig de in overweging zijnde maatregel regelen stellen, en in het bestaande besluit vervatte regelen buiten werking stellen. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

  6. 6

    Een regeling getroffen op grond van het vijfde lid blijft, behoudens eerdere intrekking, van kracht totdat de in het vierde lid bedoelde maatregel in werking treedt, doch uiterlijk tot acht maanden na de inwerkingtreding van de regeling. In het geval dat ingevolge het bepaalde in het vierde lid, het in de maatregel te regelen onderwerp bij de wet wordt geregeld, blijft de regeling van kracht totdat de wet in werking treedt danwel totdat het voorstel van wet wordt ingetrokken of een van beide kamers tot niet-aanneming daarvan besluit.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:10791Rechtbank Den Haag, 11 mei 2026 (omgevingsrecht)

    Verzoek om handhavend op te treden tegen mobiele bodemberoerende visserij die zonder omgevingsvergunning plaatsvindt vanaf schepen onder Nederlandse vlag binnen Natura 2000-gebied Doggersbank in de…

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:4670Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 juli 2023 (bestuursrecht)

    BESLU

  • ECLI:NL:RBAMS:2008:BG5134Rechtbank Amsterdam, 7 november 2008 (strafrecht)

    Artikel 3a Visserijwet 1963, regeling technische maatregelen 2000, verordening EG 850/98. Ontslag van alle rechtsvervolging, nu het bewezengeachte niet strafbaar is. Uit de EG-verordening 3440/84…

  • ECLI:NL:RVS:2008:BD3088Raad van State, 4 juni 2008 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 4 april 2006 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: de minister) de aan [wederpartij] voor het vissersvaartuig […] verleende garnalenvergunning voor een…

  • ECLI:NL:RVS:2008:BC2133Raad van State, 16 januari 2008 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 23 juli 2003 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: de minister) een verzoek van [verzoeker] om verhoging van het vergunde motorvermogen van zijn…

  • ECLI:NL:RBAMS:2007:BB8738Rechtbank Amsterdam, 8 november 2007 (strafrecht)

    Ter terechtzitting is betoogd dat in deze de verkeerde rechtspersoon is gedagvaard omdat de reder niet aansprakelijk kan worden gehouden voor handelingen van de kapitein en de bemanning op zee begaan…

  • ECLI:NL:RBGRO:2007:BB4419Rechtbank Groningen, 31 juli 2007 (bestuursrecht)

    Schorsing verleende garnalenvergunning voor een periode van twee weken. Er zijn foutieve mededelingen gedaan door de AID met betrekking tot uitvaarverbod. In het bestreden besluit heeft verweerder…

  • ECLI:NL:RBAMS:2007:BA9586Rechtbank Amsterdam, 29 juni 2007 (strafrecht)

    - Vissen binnen of buiten de 12-mijlszone? Bij bepaling van 12-mijlszone wordt uitgegaan van de zgn. basislijn. Vraag is moet bij deze basislijn worden uitgegaan van a) de laagwaterlijn langs de kust…

12 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.