Verdrag inzake de rechten van het kind

IVRK

Huidige tekst

Artikel 18 IVRK

Geldt sinds 18 november 2002

  1. 1

    De Staten die partij zijn, doen alles wat in hun vermogen ligt om de erkenning te verzekeren van het beginsel dat beide ouders de gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen voor de opvoeding en de ontwikkeling van het kind. Ouders of, al naar gelang het geval, wettige voogden, hebben de eerste verantwoordelijkheid voor de opvoeding en de ontwikkeling van het kind. Het belang van het kind is hun allereerste zorg.

  2. 2

    Om de toepassing van de in dit Verdrag genoemde rechten te waarborgen en te bevorderen, verlenen de Staten die partij zijn passende bijstand aan ouders en wettige voogden bij de uitoefening van hun verantwoordelijkheden die de opvoeding van het kind betreffen, en waarborgen zij de ontwikkeling van instellingen, voorzieningen en diensten voor kinderzorg.

  3. 3

    De Staten die partij zijn, nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat kinderen van werkende ouders recht hebben op gebruikmaking van diensten en voorzieningen voor kinderzorg waarvoor zij in aanmerking komen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1163Parket bij de Hoge Raad, 4 november 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Overtreding art. 2.1 Leerplichtwet 1969 door als ouder zonder vrijstelling leerplichtig kind niet in te schrijven op basisschool. Beroep op vrijstelling art. 5 aanhef en onder b Lpw…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1164Parket bij de Hoge Raad, 4 november 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Overtreding art. 2.1 Leerplichtwet 1969 door als ouder zonder vrijstelling leerplichtig kind niet in te schrijven op basisschool. Beroep op vrijstelling art. 5 aanhef en onder b Lpw…

  • ECLI:NL:PHR:2025:825Parket bij de Hoge Raad, 25 juli 2025 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Jeugdrecht. Plaatsing in een pleeggezin mogelijk als pleegzorgaanbieder niet achter de plaatsing staat? Formele pleegzorg (art. 5.1 Jeugdwet) en informele…

  • ECLI:NL:PHR:2025:728Parket bij de Hoge Raad, 27 juni 2025 (civiel recht)

    Huurrecht. Prejudiciële vragen Rb. Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2024:10288). Invulling ‘belang van het kind’ uit art. 3 lid 1 IVRK bij ontruimingszaken van huurwoningen waar minderjarige kinderen bij…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2990Gerechtshof Amsterdam, 20 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    gezag, hoofdverblijfplaats en omgang. Artikel: 1:253c lid 4 BW

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:5200Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 mei 2026 (personen- en familierecht)

    Machtiging uithuisplaatsing gezinsvervangende omgeving. Vader werkt niet mee aan hulpverlening. Zolang minderjarige bij hem verblijft zal ontwikkelingsbedreiging niet weggenomen kunnen worden.…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:3226Rechtbank Noord-Holland, 25 maart 2026 (personen- en familierecht)

    Beslissing van de meervoudige kamer over het perspectiefbesluit van de GI, verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. Belangenafweging op grond van nationale…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:7222Rechtbank Den Haag, 20 februari 2026 (vreemdelingenrecht)

    Artikel 8 van het EVRM. De minister heeft geen deugdelijk onderzoek gedaan naar de belangen van de minderjarige kinderen. De feiten en belangen die moeten worden vastgesteld in het kader van artikel…

113 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.