Verdrag inzake de rechten van het kind

IVRK

Huidige tekst

Artikel 23 IVRK

Geldt sinds 18 november 2002

  1. 1

    De Staten die partij zijn, erkennen dat een geestelijk of lichamelijk gehandicapt kind een volwaardig en behoorlijk leven dient te hebben, in omstandigheden die de waardigheid van het kind verzekeren, zijn zelfstandigheid bevorderen en zijn actieve deelneming aan het gemeenschapsleven vergemakkelijken.

  2. 2

    De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het gehandicapte kind op bijzondere zorg, en stimuleren en waarborgen dat aan het daarvoor in aanmerking komende kind en degenen die verantwoordelijk zijn voor zijn of haar verzorging, afhankelijk van de beschikbare middelen, de bijstand wordt verleend die is aangevraagd en die passend is gezien de gesteldheid van het kind en de omstandigheden van de ouders of anderen die voor het kind zorgen.

  3. 3

    Onder erkenning van de bijzondere behoeften van het gehandicapte kind, dient de in overeenstemming met het tweede lid geboden bijstand, wanneer mogelijk, gratis te worden verleend, rekening houdend met de financiële middelen van de ouders of anderen die voor het kind zorgen. Deze bijstand dient erop gericht te zijn te waarborgen dat het gehandicapte kind daadwerkelijk toegang heeft tot onderwijs, opleiding, voorzieningen voor gezondheidszorg en revalidatie, voorbereiding voor een beroep, en recreatiemogelijkheden, op een wijze die ertoe bijdraagt dat het kind een zo volledig mogelijke integratie in de maatschappij en persoonlijke ontwikkeling bereikt, met inbegrip van zijn of haar culturele en intellectuele ontwikkeling.

  4. 4

    De Staten die partij zijn, bevorderen, in de geest van internationale samenwerking, de uitwisseling van passende informatie op het gebied van preventieve gezondheidszorg en van medische en psychologische behandeling van, en behandeling van functionele stoornissen bij, gehandicapte kinderen, met inbegrip van de verspreiding van en de toegang tot informatie betreffende revalidatiemethoden, onderwijs en beroepsopleidingen, met als doel de Staten die partij zijn, in staat te stellen hun vermogens en vaardigheden te verbeteren en hun ervaring op deze gebieden te verruimen. Wat dit betreft wordt in het bijzonder rekening gehouden met de behoeften van ontwikkelingslanden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2014:277Hoge Raad, 14 februari 2014 (belastingrecht)

    Artikel 6, lid 2, AKW; artikel 8 Vw 2000; artikel 3 Vierde Protocol bij het EVRM. Staatsburger van een derde land die een afgeleid verblijfsrecht kan ontlenen aan EU-burgerschap van zijn kind, wordt…

  • ECLI:NL:RBAMS:2022:4038Rechtbank Amsterdam, 15 juli 2022 (bestuursrecht)

    Artikel 14, derde lid, van de AKW biedt geen ruimte om het recht op dubbele kinderbijslag met terugwerkende kracht toe te kennen. Geen informatieplicht verweerder, geen strijd met het…

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:10945Rechtbank Den Haag, 12 april 2022 (vreemdelingenrecht)

    Voorlopige voorziening hangende bezwaar; minderjarige met ADHD; uitstel van vertrek, bezwaar geen redelijke kans van slagen; voorlopige voorziening afgewezen.

  • ECLI:NL:RBROT:2022:1951Rechtbank Rotterdam, 17 maart 2022 (bestuursrecht)

    Artikel 17a, zesde lid, aanhef en onder c, van de Wet op het voortgezet onderwijs; toelaatbaarheidsverklaring voortgezet speciaal onderwijs.

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:10956Rechtbank Den Haag, 4 maart 2022 (vreemdelingenrecht)

    VK, art. 64 Vw, moeder en zoon, aanhoudingsverzoek afgewezen, uit BMA advies blijkt geen medische noodsituatie, geen concrete aanknopingspunten om daaraan te twijfelen, beschikbaarheid behandeling in…

  • ECLI:NL:GHAMS:2022:536Gerechtshof Amsterdam, 22 februari 2022 (personen- en familierecht)

    Vervangende toestemming verhuizing. Onderwijsmogelijkheden in de Verenigde Staten en Nederland voor kind met autistische stoornis. Belangenafweging.

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:16616Rechtbank Den Haag, 18 oktober 2021 (vreemdelingenrecht)

    vovo hangende bezwaar artikel 64 Vw. Uitaand van het BMA_advie

  • ECLI:NL:RBDHA:2020:14970Rechtbank Den Haag, 17 november 2020 (vreemdelingenrecht)

    Uitstel van vertrek, termijn beoordeling medische noodsituatie bij minderjarige vreemdeling en toegankelijkheid van de zorg in land van herkomst, beroep ongegrond en verzoek om voorlopige voorziening…

22 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.