Verdrag inzake de rechten van het kind

IVRK

Huidige tekst

Artikel 22 IVRK

Geldt sinds 18 november 2002

  1. 1

    De Staten die partij zijn, nemen passende maatregelen om te waarborgen dat een kind dat de vluchtelingenstatus wil verkrijgen of dat in overeenstemming met het toepasselijke internationale of nationale recht en de toepasselijke procedures als vluchteling wordt beschouwd, ongeacht of het al dan niet door zijn of haar ouders of door iemand anders wordt begeleid, passende bescherming en humanitaire bijstand krijgt bij het genot van de van toepassing zijnde rechten beschreven in dit Verdrag en in andere internationale akten inzake de rechten van de mens of humanitaire akten waarbij de bedoelde Staten partij zijn.

  2. 2

    Hiertoe verlenen de Staten die partij zijn, naar zij passend achten, hun medewerking aan alle inspanningen van de Verenigde Naties en andere bevoegde intergouvernementele organisaties of niet-gouvernementele organisaties die met de Verenigde Naties samenwerken, om dat kind te beschermen en bij te staan en de ouders of andere gezinsleden op te sporen van een kind dat vluchteling is, teneinde de nodige inlichtingen te verkrijgen voor hereniging van het kind met het gezin waartoe het behoort. In gevallen waarin geen ouders of andere familieleden kunnen worden gevonden, wordt aan het kind dezelfde bescherming verleend als aan ieder ander kind dat om welke reden ook, blijvend of tijdelijk het leven in een gezin moet ontberen, zoals beschreven in dit Verdrag.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2014:2302Parket bij de Hoge Raad, 12 december 2014 (belastingrecht)

    Belanghebbende is in het belastingjaar in loondienst werkzaam geweest (4-daagse werkweek). Samen met haar echtgenoot heeft belanghebbende twee kinderen. De echtgenoot van belanghebbende is chronisch…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:18733Rechtbank Den Haag, 6 juli 2026 (vreemdelingenrecht)

    artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, Vw; belang van het kind; discretionaire bevoegdheid; artikel 8 EVRM; ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:13809Rechtbank Den Haag, 27 mei 2026 (bestuursrecht)

    niet-begeleide minderjarige - nidos afwezig tijdens het gehoor - een procedurele waarborg - gegrond

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:9112Rechtbank Den Haag, 13 april 2026 (vreemdelingenrecht)

    Asiel, Marokko, voogd afwezig bij nader gehoor, geen medisch advies, adequate opvang, ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:22776Rechtbank Den Haag, 2 december 2025 (vreemdelingenrecht)

    Leeftijdsvaststelling. Beroep gegrond, de rechtbank laat de rechtsgevolgen in stand omdat de minister de presumptie van minderjarigheid voldoende heeft ontzenuwd. Niet meer in geschil dat de schouw…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:21019Rechtbank Den Haag, 6 december 2024 (vreemdelingenrecht)

    De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet voldoende deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat kon worden uitgegaan van de conclusies van het leeftijdsonderzoek in…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:23281Rechtbank Den Haag, 14 oktober 2024 (vreemdelingenrecht)

    Verweerder heeft in het geval van eiser niet zonder meer mogen aansluiten bij de geregistreerde geboortedatum in Italië. Er zijn namelijk genoeg aanwijzingen dat deze geboortedatum niet de juiste is.…

  • ECLI:NL:RVS:2024:613Raad van State, 14 februari 2024 (bestuursrecht)

    [verzoeker] heeft de rechtbank op 24 juli 2020 verzocht om de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, op grond van art. 8:88, eerste lid, van de Awb, te veroordelen tot vergoeding van schade.…

31 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.