Verdrag inzake de rechten van het kind

IVRK

Huidige tekst

Artikel 9 IVRK

Geldt sinds 18 november 2002

  1. 1

    De Staten die partij zijn, waarborgen dat een kind niet wordt gescheiden van zijn of haar ouders tegen hun wil, tenzij de bevoegde autoriteiten, onder voorbehoud van de mogelijkheid van rechterlijke toetsing, in overeenstemming met het toepasselijke recht en de toepasselijke procedures, beslissen dat deze scheiding noodzakelijk is in het belang van het kind. Een dergelijke beslissing kan noodzakelijk zijn in een bepaald geval, zoals wanneer er sprake is van misbruik of verwaarlozing van het kind door de ouders, of wanneer de ouders gescheiden leven en er een beslissing moet worden genomen ten aanzien van de verblijfplaats van het kind.

  2. 2

    In procedures ingevolge het eerste lid van dit artikel dienen alle betrokken partijen de gelegenheid te krijgen aan de procedures deel te nemen en hun standpunten naar voren te brengen.

  3. 3

    De Staten die partij zijn, eerbiedigen het recht van het kind dat van een ouder of beide ouders is gescheiden, op regelmatige basis persoonlijke betrekkingen en rechtstreeks contact met beide ouders te onderhouden, tenzij dit in strijd is met het belang van het kind.

  4. 4

    Indien een dergelijke scheiding voortvloeit uit een maatregel genomen door een Staat die partij is, zoals de inhechtenisneming, gevangenneming, verbanning, deportatie, of uit een maatregel het overlijden ten gevolge hebbend (met inbegrip van overlijden, door welke oorzaak ook, terwijl de betrokkene door de Staat in bewaring wordt gehouden) van één ouder of beide ouders of van het kind, verstrekt die Staat, op verzoek, aan de ouders, aan het kind of, indien van toepassing, aan een ander familielid van het kind de noodzakelijke inlichtingen over waar het afwezige lid van het gezin zich bevindt of waar de afwezige leden van het gezin zich bevinden, tenzij het verstrekken van die inlichtingen het welzijn van het kind zou schaden. De Staten die partij zijn, waarborgen voorts dat het indienen van een dergelijk verzoek op zich geen nadelige gevolgen heeft voor de betrokkene(n).

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:847Parket bij de Hoge Raad, 4 september 2026 (personen- en familierecht)

    Burgerlijk procesrecht. Familierecht. Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing minderjarige. Heeft de kinderrechter terecht afgezien van het voorafgaand horen van ouders? Heeft de kinderrechter na de…

  • ECLI:NL:PHR:2026:451Parket bij de Hoge Raad, 1 mei 2026 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Jeugdrecht. Machtiging tot uithuisplaatsing bij moeder. Zorgregeling als titel voor verblijf kinderen bij moeder na verstrijken termijn machtiging tot uithuisplaatsing.…

  • ECLI:NL:HR:2025:1799Hoge Raad, 28 november 2025 (verbintenissenrecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht. Huurrecht woonruimte. Beoordeling vordering tot ontruiming woning indien daarin ook kinderen wonen. Betekenis van art. 3 lid 1 IVRK (belang van…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1137Parket bij de Hoge Raad, 17 oktober 2025 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Recht op omgang en ontzegging van dat recht (art. 1:377a lid 3 BW). Negatieve en positieve inspanningsverplichting van rechter (art. 8 EVRM). Voogdij.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2990Gerechtshof Amsterdam, 20 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    gezag, hoofdverblijfplaats en omgang. Artikel: 1:253c lid 4 BW

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10170Rechtbank Amsterdam, 14 oktober 2026 (bestuursrecht)

    Voorlopige voorziening, noodopvang, niet voldaan aan bindingseis, belangenafweging, belangen van de kinderen, IVRK, inwoning, afwijzing voorziening.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9841Rechtbank Amsterdam, 24 september 2026 (bestuursprocesrecht)

    Voorlopige voorziening. Noodopvang. Regiobinding. Belang van kinderen weegt zwaarder, toewijzen vovo. Wijzen op mogelijkheid beeindiging.

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1203Centrale Raad van Beroep, 20 augustus 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Toegekende jeugdhulp bestaande uit jeugdhulp met verblijf onterecht. Belanghebbende. Anders dan de rechtbank komt de Raad tot de conclusie dat artikel 7.3.5, eerste lid, van de Jw onjuist is…

461 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.