Verdrag inzake de rechten van het kind

IVRK

Huidige tekst

Artikel 10 IVRK

Geldt sinds 18 november 2002

  1. 1

    In overeenstemming met de verplichting van de Staten die partij zijn krachtens artikel 9, eerste lid, worden aanvragen van een kind of van zijn ouders om een Staat die partij is, voor gezinshereniging binnen te gaan of te verlaten, door de Staten die partij zijn met welwillendheid, menselijkheid en spoed behandeld. De Staten die partij zijn, waarborgen voorts dat het indienen van een dergelijke aanvraag geen nadelige gevolgen heeft voor de aanvragers en hun familieleden.

  2. 2

    Een kind van wie de ouders in verschillende Staten verblijven, heeft het recht op regelmatige basis, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, persoonlijke betrekkingen en rechtstreekse contacten met beide ouders te onderhouden. Hiertoe, en in overeenstemming met de verplichting van de Staten die partij zijn krachtens artikel 9, eerste lid, eerbiedigen de Staten die partij zijn het recht van het kind en van zijn of haar ouders welk land ook, met inbegrip van het eigen land, te verlaten, en het eigen land binnen te gaan. Het recht welk land ook te verlaten is slechts onderworpen aan de beperkingen die bij de wet zijn voorzien en die nodig zijn ter bescherming van de nationale veiligheid, de openbare orde, de volksgezondheid of de goede zeden, of van de rechten en vrijheden van anderen, en verenigbaar zijn met de andere in dit Verdrag erkende rechten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:228Parket bij de Hoge Raad, 11 maart 2022 (civiel recht)

    Uitleveringsrecht. Vordering in kort geding tot verbod uitlevering van Iraniër aan VS wegens strijd met art. 8 EVRM in verband met inbreuk op gezinsleven met vrouw en dochter in Iran.…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:22551Rechtbank Den Haag, 21 april 2026 (vreemdelingenrecht)

    Vreemdelingen regulier; mvv-aanvraag nareis; niet is gebleken dat verweerder het toetsingskader zoals uitgezet in ECLI:NL:RVS:2022:245 en paragraaf C2/4.1.2 van de Vc niet of onvoldoende heeft…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:23736Rechtbank Den Haag, 10 december 2025 (vreemdelingenrecht)

    Asiel, Dublin Spanje, artikel 17 Dublinverordening, familieband niet onderbouwd, WI 2024/2, zwangerschap tijdelijk feitelijk overdrachtsbeletsel.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:15741Rechtbank Den Haag, 15 augustus 2025 (vreemdelingenrecht)

    Dublin-Oostenrijk, interstatelijk vertrouwensbeginsel, artikel 17 Dublinverordening, IVRK, belangen van het kind, beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:27945Rechtbank Den Haag, 22 mei 2025 (vreemdelingenrecht)

    Vreemdelingenrecht regulier; verblijfsverunning met verblijfsdoel 'familie en gezin'; verweerder heeft ten onrechte geen standpunt ingenomen over de nieuw in beroep overgelegde documenten die onder…

  • ECLI:NL:RBNNE:2023:5347Rechtbank Noord-Nederland, 19 december 2023 (bestuursrecht)

    voorlopige voorziening. Noodpaspoort (laissez-passer).

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:16958Rechtbank Den Haag, 10 november 2023 (bestuursrecht)

    Dochter van eiser is nooit in het bezit geweest van de Nederlandse nationaliteit. Aanvraag paspoort terecht niet in behandeling genomen. Minister niet bevoegd tot toepassing artikel 10 Rijkswet op…

  • ECLI:NL:OGEAC:2023:257Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 6 oktober 2023 (civiel recht)

    Venezolaanse vreemdelingen. Bevel aan het Land om mee te werken hereniging van minderjarigen met hun moeders. Artikel 10 IVRK.

59 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.