Verdrag inzake de rechten van het kind

IVRK

Huidige tekst

Artikel 27 IVRK

Geldt sinds 18 november 2002

  1. 1

    De Staten die partij zijn, erkennen het recht van ieder kind op een levensstandaard die toereikend is voor de lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke en maatschappelijke ontwikkeling van het kind.

  2. 2

    De ouder(s) of anderen die verantwoordelijk zijn voor het kind, hebben de primaire verantwoordelijkheid voor het waarborgen, naar vermogen en binnen de grenzen van hun financiële mogelijkheden, van de levensomstandigheden die nodig zijn voor de ontwikkeling van het kind.

  3. 3

    De Staten die partij zijn, nemen, in overeenstemming met de nationale omstandigheden en met de middelen die hun ten dienste staan, passende maatregelen om ouders en anderen die verantwoordelijk zijn voor het kind te helpen dit recht te verwezenlijken, en voorzien, indien de behoefte daaraan bestaat, in programma's voor materiële bijstand en ondersteuning, met name wat betreft voeding, kleding en huisvesting.

  4. 4

    De Staten die partij zijn, nemen alle passende maatregelen om het verhaal te waarborgen van uitkeringen tot onderhoud van het kind door de ouders of andere personen die de financiële verantwoordelijkheid voor het kind dragen, zowel binnen de Staat die partij is als vanuit het buitenland. Met name voor gevallen waarin degene die de financiële verantwoordelijkheid voor het kind draagt, in een andere Staat woont dan die van het kind, bevorderen de Staten die partij zijn de toetreding tot internationale overeenkomsten of het sluiten van dergelijke overeenkomsten, alsmede het treffen van andere passende regelingen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:1799Hoge Raad, 28 november 2025 (verbintenissenrecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht. Huurrecht woonruimte. Beoordeling vordering tot ontruiming woning indien daarin ook kinderen wonen. Betekenis van art. 3 lid 1 IVRK (belang van…

  • ECLI:NL:PHR:2025:728Parket bij de Hoge Raad, 27 juni 2025 (civiel recht)

    Huurrecht. Prejudiciële vragen Rb. Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2024:10288). Invulling ‘belang van het kind’ uit art. 3 lid 1 IVRK bij ontruimingszaken van huurwoningen waar minderjarige kinderen bij…

  • ECLI:NL:PHR:2020:1189Parket bij de Hoge Raad, 18 december 2020 (civiel recht)

    Weigering van maatwerkvoorziening bijstand aan Marokkaanse moeder van Nederlands kind. Strijd met art. 3 of 8 EVRM i.v.m. het IVRK? Strijd met EU-burgerschap? Incidenteel cassatieberoep: verhouding…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1347Parket bij de Hoge Raad, 13 december 2019 (personen- en familierecht)

    Procesrecht. Verzoek voorlopige voorzieningen (art. 223 Rv) door hof afgewezen. Verwerping cassatieberoep wegens gebrek aan belang, omdat de hoofdzaak door uitspraak Hoge Raad van vandaag in zaak…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6363Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 oktober 2026 (civiel recht)

    Vordering in kortgeding tot ontruiming van huurwoningen van arbeidsmigranten op vakantiepark, nadat de gemeente de verhuurder een dwangsom heeft opgelegd strekkende tot beëindiging van de permanente…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:27114Rechtbank Den Haag, 24 september 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Vovo afgewezen. WMO-opvang. Zelfredzaam en belangenafweging.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:21753Rechtbank Den Haag, 27 juli 2026 (socialezekerheidsrecht)

    voorlopige voorziening; opvang

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:4283Rechtbank Midden-Nederland, 10 juli 2026 (bestuursrecht)

    De aanvraag van eisers om een huisvestingsvergunning is terecht afgewezen door het college wegens de samenstelling van het huishouden. De ongeboren tweeling telt niet mee en ook de (schoon)zus niet.…

293 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.