Spoorwegwet

Huidige tekst

Artikel 71 Spoorwegwet

Geldt sinds 15 december 2015

  1. 1

    Een gerechtigde als bedoeld in artikel 57, een spoorwegonderneming, een partij bij een toegangsovereenkomst of een kaderovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk 4 of een andere betrokken partij kan bij de Autoriteit Consument en Markt schriftelijk een aanvraag indienen om te onderzoeken of door een beheerder, een exploitant van een dienstvoorziening, een spoorwegonderneming jegens de aanvrager sprake is van: a.oneerlijke behandeling, discriminatie of anderszins van benadeling als bedoeld in artikel 56, eerste lid, van richtlijn 2012/34/EU; b.gedrag van een wederpartij bij een toegangsovereenkomst of een kaderovereenkomst dat leidt tot oneerlijke behandeling, discriminatie of anderszins van benadeling; c.onterechte weigering van toegang tot een dienstvoorziening in geval van een conflict als bedoeld in artikel 13, vijfde lid, van richtlijn 2012/34/EU.

  2. 2

    De Autoriteit Consument en Markt neemt een besluit inzake een aanvraag als bedoeld in het eerste lid.

  3. 3

    Indien de Autoriteit Consument en Markt besluit dat toegang tot een dienstvoorziening als bedoeld in artikel 13, vijfde lid, van richtlijn 2012/34/EU ten onrechte is geweigerd, neemt zij voor zover nodig maatregelen om ervoor te zorgen dat een passend deel van de beschikbare capaciteit voor de betreffende dienstvoorziening wordt toegekend aan de desbetreffende spoorwegonderneming.

  4. 4

    De Autoriteit Consument en Markt kan zo nodig een last onder dwangsom opleggen.

  5. 5

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de voor het onderzoek te verstrekken gegevens en bescheiden en de daarmee samenhangende uitwerking.

  6. 6

    De Autoriteit Consument en Markt stelt met inachtneming van artikel 56, achtste en negende lid, van richtlijn 2012/34/EU de termijnen vast waarbinnen zij een besluit als bedoeld in het tweede lid neemt, alsmede de termijnen voor het verstrekken van de voor het onderzoek benodigde gegevens en bescheiden. Artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op alle partijen waarbij de Autoriteit Consument en Markt in het kader van de besluitvorming informatie opvraagt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CBB:2018:301College van Beroep voor het bedrijfsleven, 26 juni 2018 (bestuursrecht)

    Spoorwegwet

  • ECLI:NL:CBB:2015:335College van Beroep voor het bedrijfsleven, 7 oktober 2015 (bestuursrecht)

    Bindende aanwijzing voor ProRail met betrekking tot de gebruiksvergoeding spoor in 2015 en 2016. Mondelinge uitspraak niet-ontvankelijk verklaring beroepen.

  • ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9320Rechtbank Rotterdam, 30 september 2009 (bestuursrecht)

    Eiseres is als concessiehoudster verantwoordelijk voor de verdeling van de capaciteit van de spoorweginfrastructuur en voor het onderhoud daarvan. Veolia en Arriva zijn spoorwegondernemingen. Naar…

  • ECLI:NL:CBB:2009:BI4282College van Beroep voor het bedrijfsleven, 27 april 2009 (bestuursrecht)

    Spoorwegwet

  • ECLI:NL:CBB:2009:BI4283College van Beroep voor het bedrijfsleven, 27 april 2009 (bestuursrecht)

    Spoorwegwet

  • ECLI:NL:RBUTR:2007:BC0283Rechtbank Utrecht, 17 december 2007 (civiel recht)

    Inwerkingtreding jaardienstregeling 2008. Syntus heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat ProRail bij de vaststelling van de capaciteitsverdeling voor 2008 in strijd heeft gehandeld met artikel 16…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.