Spoorwegwet

Huidige tekst

Artikel 26 Spoorwegwet

Geldt sinds 1 juli 2015

  1. 1

    De rechthebbende ten aanzien van een rechtstreeks aan de hoofdspoorweg gelegen station draagt ervoor zorg dat reizigers via de in het station aanwezige hallen, tunnels, trappen en liften, met logische en overzichtelijke routes, een veilige en adequate toegang hebben tot perrons en spoorvoertuigen.

  2. 2

    De verplichtingen van een rechthebbende op grond van het eerste lid omvatten met betrekking tot gehandicapte personen en personen met beperkte mobiliteit de naleving van artikel 21 van Verordening (EU) nr. 1371/ 2007 van het Europees parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PbEU 2007, L 315).

  3. 3

    Onder station wordt in het eerste lid verstaan: een gebouw of werk dat blijkens zijn constructie en inrichting geheel of gedeeltelijk is bestemd voor aankomst en vertrek van spoorvoertuigen met het oog op het in-, uit- of overstappen van reizigers.

  4. 4

    Indien de veilige en adequate toegang tot perrons, laad- of losplaatsen of spoorvoertuigen in het gedrang komt of dreigt te komen, geeft Onze Minister aan de betrokken rechthebbende een bindende aanwijzing ter waarborging van die toegang. Tevens kan Onze Minister aan de betrokken rechthebbende een bindende aanwijzing geven met betrekking tot fysieke voorzieningen ter bevordering van de sociale veiligheid op de stations.

  5. 5

    Desgevraagd adviseert de beheerder Onze Minister over de toepassing van het vierde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:1199Parket bij de Hoge Raad, 18 december 2020 (europees civiel recht)

    Aanbestedingsrecht. Europees recht. Onduidelijkheid moment waarop dwangsom op naleving gebod wordt verbeurd.

  • ECLI:NL:PHR:2007:AZ3309Parket bij de Hoge Raad, 24 april 2007 (strafrecht)

    Bezwaarschriftprocedure ex art. 262 Sv. Taak wetgever. 1. Geen bevelbevoegdheid obv art. 2 Politiewet 1993? 2. Krachtens wettelijk voorschrift gegeven bevel ex art. 184.1 Sr. Door een hoofdagent van…

  • ECLI:NL:RVS:2023:1033Raad van State, 15 maart 2023 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 27 mei 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland de wegenlegger van de gemeente Lingewaard vastgesteld en de wegenleggers van de voormalige gemeenten waar…

  • ECLI:NL:RBOBR:2022:1232Rechtbank Oost-Brabant, 4 april 2022 (bestuursprocesrecht)

    Besluit tot vaststelling van de wegenlegger van de gemeente Eersel Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant heeft een wegenlegger van de gemeente Eersel uit 2005 ingetrokken en een…

  • ECLI:NL:RBMNE:2017:5218Rechtbank Midden-Nederland, 18 oktober 2017 (verbintenissenrecht)

    Bodemzaak. NS Stations is een aanbestedende dienst.

  • ECLI:NL:RBOVE:2014:375Rechtbank Overijssel, 28 januari 2014 (bestuursrecht)

    Rechtbank Overijssel oordeelt dat het waterschap Reest & Wieden verantwoordelijk is voor het beheer van de Jonenbrug in Giethoorn. Hieruit volgt dat de gemeente Steenwijkerland niet bevoegd is om…

  • ECLI:NL:RVS:2013:BZ7552Raad van State, 3 april 2013 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 9 januari 2012 heeft het college de wegenlegger van de gemeente Bernheze vastgesteld.

  • ECLI:NL:RVS:2012:BX5971Raad van State, 29 augustus 2012 (bestuursrecht)

    Het college van burgemeester en wethouders van Losser heeft op 22 oktober 2008 een ontwerp van een wegenlegger ter inzage gelegd.

10 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.