Spoorwegwet

Huidige tekst

Artikel 27 Spoorwegwet

Geldt sinds 16 juni 2019

  1. 1

    Een spoorwegonderneming heeft op niet-discriminerende grondslag recht op toegang tot hoofdspoorweginfrastructuur voor zover dit het gebruik van spoorvoertuigen betreft en met het oog op het minimumtoegangspakket.

  2. 2

    Geen toegang tot hoofdspoorweginfrastructuur als bedoeld in het eerste lid heeft een spoorwegonderneming: a.die niet beschikt over een geldige bedrijfsvergunning; b.die niet beschikt over een voor het desbetreffende gedeelte van de hoofdspoorweginfrastructuur geldig veiligheidscertificaat, verleend door Onze Minister of het Europees Spoorwegbureau; c.die niet voldoet aan de voor haar ingevolge artikel 55 geldende verzekeringsplicht; d.indien het recht op die toegang niet rechtstreeks voortvloeit uit een toegangsovereenkomst als bedoeld in artikel 59; e.die anderszins niet gerechtigd is van de hoofdspoorweginfrastructuur, bedoeld in het eerste lid, gebruik te maken.

  3. 3

    Bij algemene maatregel van bestuur kan met inachtneming van artikel 2, tweede lid, van richtlijn 2012/34/EU onder bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen vrijstelling worden verleend van het tweede lid, onderdeel a, en met inachtneming van artikel 2, derde lid, of artikel 3 van de spoorwegveiligheidsrichtlijn onder bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen vrijstelling worden verleend van het tweede lid, onderdeel b.

  4. 4

    Een beheerder heeft in afwijking van het tweede lid, onder d, ten behoeve van de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 16, eerste lid, als spoorwegonderneming toegang tot hoofdspoorweginfrastructuur als bedoeld in het eerste lid zonder dat het recht rechtstreeks voortvloeit uit een toegangsovereenkomst met dien verstande dat de beheerder, voor zover het de activiteiten, bedoeld in artikel 53 van richtlijn 2012/34/EU betreft, beschikt over verdeelde capaciteit.

  5. 5

    Onze Minister kan ontheffing of vrijstelling verlenen van de verplichting om te beschikken over een voor het desbetreffende gedeelte van de hoofdspoorweginfrastructuur geldig veiligheidscertificaat als bedoeld het tweede lid, onderdeel b, voor spoorwegondernemingen die gebruik maken van dicht bij de grens gelegen hoofdspoorweginfrastructuur, indien die spoorwegondernemingen beschikken over een veiligheidscertificaat dat geldt voor met de desbetreffende hoofdspoorweginfrastructuur verbonden, dicht bij de grens gelegen spoorweginfrastructuur in de aangrenzende lidstaat. Een ontheffing of vrijstelling kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing of vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot deze ontheffingen en vrijstellingen.

  6. 6

    Een veiligheidscertificaat, verleend door een daartoe bevoegde autoriteit in een andere lidstaat, geldt ook voor de in dat veiligheidscertificaat opgenomen dicht bij de grens gelegen gedeelten van de hoofdspoorweginfrastructuur, voor zover Onze Minister daarover door de daartoe bevoegde autoriteiten van de desbetreffende lidstaat is geraadpleegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2008:BC2904Parket bij de Hoge Raad, 15 april 2008 (strafrecht)

    Bevel krachtens enig wettelijk voorschrift en ambtelijk bevel. Spoorwegwet 1875, ARV, WPV, BPV en art. 184 Sr. Verdachte heeft niet voldaan aan 2 aanwijzingen en een vordering van de Spoorwegpolitie…

  • ECLI:NL:HR:2007:AZ3309Hoge Raad, 24 april 2007 (strafrecht)

    Bezwaarschriftprocedure ex art. 262 Sv. Taak wetgever. 1. Geen bevelbevoegdheid obv art. 2 Politiewet 1993? 2. Krachtens wettelijk voorschrift gegeven bevel ex art. 184.1 Sr. Door een hoofdagent van…

  • ECLI:NL:PHR:2007:AZ3309Parket bij de Hoge Raad, 24 april 2007 (strafrecht)

    Bezwaarschriftprocedure ex art. 262 Sv. Taak wetgever. 1. Geen bevelbevoegdheid obv art. 2 Politiewet 1993? 2. Krachtens wettelijk voorschrift gegeven bevel ex art. 184.1 Sr. Door een hoofdagent van…

  • ECLI:NL:HR:2006:AU8060Hoge Raad, 7 november 2006 (strafrecht)

    1. Verwijderingsbevel van station voor 14 dagen o.g.v. Algemeen Reglement Vervoer (ARV). 2. Krachtens wettelijk voorschrift met enige openbare dienst belast ex art. 184.2 Sr. Ad 1. Met de Wet…

  • ECLI:NL:CBB:2021:425College van Beroep voor het bedrijfsleven, 20 april 2021 (bestuursrecht)

    Avv of bas? Besluit aanwijzing hoofdspoorwegen Besluit aanwijzing lokale spoorwegen in verband met de ombouw van de hoofdspoorweg Schiedam – Hoek van Holland (de Hoekse Lijn) tot metrolijn Een avv is…

  • ECLI:NL:CBB:2012:BW2273College van Beroep voor het bedrijfsleven, 4 april 2012 (bestuursrecht)

    Besluit tot opleggen boete wegens overtreding artt. 27 lid 1 en 17 lid 1 aanhef en onder d Spoorwegwet door rechtbank terecht vernietigd op grond van oordeel dat overtreding niet is komen vast te…

  • ECLI:NL:RBROT:2010:BM3997Rechtbank Rotterdam, 3 mei 2010 (bestuursrecht)

    Aan de beheerder van de hoofdspoorweginfrastructuur zijn boetes van € 776.000 en € 100.000. De boete van € 776.000 is opgelegd wegens overtreding artikel 27, eerste lid, van de Spoorwegwet en artikel…

  • ECLI:NL:PHR:2006:AU8060Parket bij de Hoge Raad, 7 november 2006 (strafrecht)

    1. Verwijderingsbevel van station voor 14 dagen o.g.v. Algemeen Reglement Vervoer (ARV). 2. Krachtens wettelijk voorschrift met enige openbare dienst belast ex art. 184.2 Sr. Ad 1. Met de Wet…

9 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.