Spoorwegwet

Huidige tekst

Artikel 56 Spoorwegwet

Geldt sinds 7 maart 2019

  1. 1

    De beheerder werkt samen met buitenlandse infrastructuurbeheerders met het oog op: a.efficiënte verdeling en exploitatie van treindiensten die de landsgrenzen overschrijden, met inachtneming van de artikelen 40 en 57, zesde lid, van richtlijn 2012/34 /EU; b.bevordering van het belang van het verstrekken van efficiënte en doeltreffende spoordiensten binnen de Europese Unie, met inachtneming van artikel 7 septies van richtlijn 2012/34 /EU.

  2. 2

    Indien voor aangelegenheden met betrekking tot een internationale treindienst besluiten nodig zijn van de Autoriteit Consument en Markt en een of meer andere toezichthoudende instanties, werken de desbetreffende instanties samen bij de voorbereiding van respectieve besluiten. Daartoe vervullen zij hun functies overeenkomstig artikel 56 van richtlijn 2012/34 /EU.

  3. 3

    De instanties, bedoeld in het tweede lid, ontwikkelen gemeenschappelijke beginselen en praktijken voor de besluitvorming waartoe zij krachtens richtlijn 2012/34 /EU bevoegd zijn. Deze beginselen en praktijken omvatten regelingen voor de beslechting van geschillen naar aanleiding van besluiten als bedoeld in het tweede lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2006:AU8060Parket bij de Hoge Raad, 7 november 2006 (strafrecht)

    1. Verwijderingsbevel van station voor 14 dagen o.g.v. Algemeen Reglement Vervoer (ARV). 2. Krachtens wettelijk voorschrift met enige openbare dienst belast ex art. 184.2 Sr. Ad 1. Met de Wet…

  • ECLI:NL:HR:1985:AB7967Hoge Raad, 2 april 1985 (strafrecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.