Gerechtsdeurwaarderswet

GDW

Huidige tekst

Artikel 40 GDW

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    Indien artikel 39, eerste lid, geen toepassing vindt of het verzet gegrond is verklaard, zendt de secretaris zo spoedig mogelijk een afschrift van het klaagschrift en de daarbij gevoegde bescheiden aan de betrokken gerechtsdeurwaarder.

  2. 2

    Binnen een maand na dagtekening van de verzending van de in het eerste lid bedoelde bescheiden kan de betrokken gerechtsdeurwaarder een verweerschrift indienen; de voorzitter kan deze termijn op verzoek verlengen. De secretaris zendt afschrift van dit geschrift aan de klager.

  3. 3

    De voorzitter is bevoegd aan de betrokken gerechtsdeurwaarder te vragen binnen een door hem te bepalen termijn schriftelijke inlichtingen te verschaffen en onder hem berustende of te zijner beschikking staande bescheiden, al dan niet in gewaarmerkt afschrift, en voorwerpen in te zenden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2019:2429Gerechtshof Amsterdam, 7 juni 2019 (civiel recht)

    Spoedappel. Schorsing als bedoeld in artikel 38 Gdw. 3 gerechtsdeurwaarders komen in hoger beroep van de door de kamer opgelegde schorsing voor de duur van zes maanden. Het hof wijst af het verzoek…

  • ECLI:NL:GHAMS:2011:BP2022Gerechtshof Amsterdam, 25 januari 2011 (civiel recht)

    Hoewel het hof zich bewust is van de gevolgen die de ontzetting uit het ambt heeft voor de gerechtsdeurwaarder verenigt het hof zich met de motivering en de beslissing van de kamer. Aan het door de…

  • ECLI:NL:GHAMS:2010:BN7321Gerechtshof Amsterdam, 31 augustus 2010 (civiel recht)

    Artikel 39 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen die beslissing op het verzet voor de klager geen rechtsmiddel openstaat. Er is geen sprake van een schending van fundamentele…

  • ECLI:NL:GHAMS:2010:BN7329Gerechtshof Amsterdam, 31 augustus 2010 (civiel recht)

    Artikel 39 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen die beslissing op het verzet voor de klager geen rechtsmiddel openstaat. Er is geen sprake van een schending van fundamentele…

  • ECLI:NL:GHAMS:2010:BN7334Gerechtshof Amsterdam, 31 augustus 2010 (civiel recht)

    Artikel 39 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen die beslissing op het verzet voor de klager geen rechtsmiddel openstaat. Er is geen sprake van een schending van fundamentele…

  • ECLI:NL:GHAMS:2010:BN7335Gerechtshof Amsterdam, 31 augustus 2010 (civiel recht)

    Artikel 39 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen die beslissing op het verzet voor de klager geen rechtsmiddel openstaat. Er is geen sprake van een schending van fundamentele…

  • ECLI:NL:GHAMS:2010:BN9401Gerechtshof Amsterdam, 31 augustus 2010 (civiel recht)

    Artikel 39 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen de beslissing op het verzet voor de klager geen rechtsmiddel openstaat. Er is geen sprake van een schending van fundamentele…

  • ECLI:NL:GHAMS:2010:BN9405Gerechtshof Amsterdam, 31 augustus 2010 (civiel recht)

    Artikel 39 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen de beslissing op het verzet voor de klager geen rechtsmiddel openstaat. Er is geen sprake van een schending van fundamentele…

13 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.