Gerechtsdeurwaarderswet

GDW

Huidige tekst

Artikel 19 GDW

Geldt sinds 1 juli 2016

  1. 1

    De gerechtsdeurwaarder is verplicht bij een bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht een of meer bijzondere rekeningen aan te houden op zijn naam met vermelding van zijn hoedanigheid, die uitsluitend bestemd zijn voor gelden, die hij in verband met zijn werkzaamheden als zodanig ten behoeve van derden onder zich neemt. Gelden die aan de gerechtsdeurwaarder in verband met zijn werkzaamheden als zodanig ten behoeve van derden worden toevertrouwd, moeten op die rekening worden gestort. De bovenbedoelde bank voegt de over de gelden gekweekte rente toe aan het saldo van de bijzondere rekening. Indien deze gelden abusievelijk op een andere rekening van de gerechtsdeurwaarder zijn gestort of indien ten onrechte gelden op de bijzondere rekening zijn gestort, is de gerechtsdeurwaarder verplicht deze onverwijld op de juiste rekening te storten. Hetzelfde geldt indien de gelden rechtstreeks in handen van de gerechtsdeurwaarder zijn gesteld. Indien meer gerechtsdeurwaarders in een maatschap samenwerken, kan de bijzondere rekening ten name van die gerechtsdeurwaarders tezamen, de maatschap of de vennootschap worden gesteld. De gerechtsdeurwaarder vermeldt het nummer van de bijzondere rekening op zijn briefpapier.

  2. 2

    De gerechtsdeurwaarder is bij uitsluiting bevoegd tot het beheer en de beschikking over de bijzondere rekening. De gerechtsdeurwaarder kan met een rechthebbende overeenkomen om zijn aandeel in het saldo van de bijzondere rekening periodiek uit te keren. Hij kan aan een onder zijn verantwoordelijkheid werkzame persoon volmacht verlenen. Ten laste van deze rekening mag hij slechts betalingen doen in opdracht van een rechthebbende. Vorderingen van de gerechtsdeurwaarder uit hoofde van voor de rechthebbende verrichte werkzaamheden komen van rechtswege in mindering op het aandeel van de rechthebbende in het saldo, zodra zij aan de rechthebbende zijn opgegeven. Wordt de vordering betwist, dan kan de gerechtsdeurwaarder de in het vierde lid bedoelde uitkering van het saldo tot het betwiste bedrag opschorten, totdat vaststaat wat de rechthebbende uit hoofde van deze werkzaamheden verschuldigd is. Voor de hem uit hoofde van zijn werkzaamheden voor de rechthebbende toekomende bedragen, is de gerechtsdeurwaarder zelf rechthebbende in het saldo, onverminderd het bepaalde in de laatste volzin van het vierde lid.

  3. 3

    Het vorderingsrecht voortvloeiende uit de bijzondere rekening behoort toe aan de gezamenlijke rechthebbenden. Het aandeel van iedere rechthebbende wordt berekend naar evenredigheid van het bedrag dat te zijnen behoeve op de bijzondere rekening is gestort. De gerechtsdeurwaarder of, indien het een gezamenlijke rekening als bedoeld in het eerste lid, zesde volzin betreft, iedere gerechtsdeurwaarder, is verplicht een tekort in het saldo van de bijzondere rekening terstond aan te vullen, en hij is ter zake daarvan aansprakelijk, tenzij hij aannemelijk kan maken dat hem ter zake van het ontstaan van het tekort geen verwijt treft.

  4. 4

    Een rechthebbende heeft voor zover uit de aard van zijn recht niet anders voortvloeit, te allen tijde recht op uitkering van zijn aandeel in het saldo van de bijzondere rekening. Is het saldo van de bijzondere rekening niet toereikend om aan iedere rechthebbende het bedrag van zijn aandeel uit te keren, dan mag de gerechtsdeurwaarder aan de rechthebbende slechts zoveel uitkeren als in verband met de rechten van de andere rechthebbenden mogelijk is. In dat geval wordt het saldo onder de rechthebbenden verdeeld naar evenredigheid van ieders aandeel, met dien verstande dat, indien een gerechtsdeurwaarder zelf rechthebbende is, hem slechts wordt toegedeeld hetgeen overblijft, nadat de andere rechthebbenden het hun toekomende hebben ontvangen.

  5. 5

    Er kan geen derdenbeslag worden gelegd onder de in het eerste lid bedoelde bank op het aandeel van een rechthebbende in de bijzondere rekening. Is onder de gerechtsdeurwaarder derdenbeslag gelegd op het aandeel van een rechthebbende in de bijzondere rekening, dan kan de gerechtsdeurwaarder die overeenkomstig de artikelen 476a en 477 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verklaring heeft gedaan of die is veroordeeld overeenkomstig artikel 477a van dat wetboek, zonder opdracht van de rechthebbende overeenkomstig de verklaring of veroordeling betalen aan de executant.

  6. 6

    Rechtshandelingen verricht in strijd met de bepalingen van dit artikel zijn vernietigbaar. De vernietigingsgrond kan worden ingeroepen door iedere rechtstreeks belanghebbende. Rechten, door derden te goeder trouw anders dan om niet verkregen op gelden die het voorwerp waren van de vernietigde rechtshandeling, worden geëerbiedigd.

  7. 7

    Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze van berekening en uitkering van de rente van de op de bijzondere rekening gestorte gelden. Beneden een bij de regeling te bepalen bedrag is geen rente verschuldigd.

  8. 8

    Van de bepalingen van dit artikel en van de in het zevende lid bedoelde regels kan niet worden afgeweken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:96Hoge Raad, 23 januari 2026 (verbintenissenrecht)

    Art. 19 Gerechtsdeurwaarderswet. Kwaliteitsrekening. Deurwaarder draagt uitvoering van incassowerkzaamheden over aan andere deurwaarder. Wie is rechthebbende op saldo van kwaliteitsrekening waarop…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1089Parket bij de Hoge Raad, 10 oktober 2025 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Rechthebbende op bedrag aan geïncasseerde vorderingen van het CJIB op kwaliteitsrekening van failliet verklaard deurwaarderskantoor; maatstaf rechthebbende in zin van art. 19 Gdw.

  • ECLI:NL:HR:2020:1223Hoge Raad, 3 juli 2020 (insolventierecht)

    Insolventierecht. IPR. Verordening Brussel I. Vervolg van HR 8 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2269 en HvJEU 6 februari 2019, C-535/17, ECLI:EU:C:2019:96. Valt Peeters/Gatzen-vordering onder bereik…

  • ECLI:NL:HR:2017:2269Hoge Raad, 8 september 2017 (insolventierecht)

    Insolventierecht. IPR. Toepasselijk recht op zgn. Peeters/Gatzen-vordering. Valt Peeters/Gatzen-vordering onder het bereik van de EEX-Vo (Brussel I) of de EG-Insolventieverordening? Is art. 13…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:21398Rechtbank Den Haag, 16 juli 2026 (verbintenissenrecht)

    Kort geding over bevoegdheid tot verrekening en verstrekken stukken door gerechtsdeurwaarderskantoor. Afwijzing van de vorderingen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2024:1049Gerechtshof Den Haag, 2 juli 2024 (verbintenissenrecht)

    rechthebbende op saldo kwaliteitsrekening deurwaarder na faillissement, incasso-opdrachtgever of schuldeiser, gebruikmaking privérekening tbv automatische afschrijving, art. 19…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:20020Rechtbank Den Haag, 19 juni 2024 (civiel recht)

    Einde aan samenwerking tussen incasso-onderneming en deurwaarder. Discussie over de wijze van afwikkeling van incassodossiers. Uitleg overeenkomst. Herstelvonnis van 31-7: ECLI:NL:RBDHA:2024:20049

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:8773Rechtbank Den Haag, 16 juni 2023 (civiel recht)

    Deurwaarderskortgeding. Beslag onder de deurwaarder. Wie is rechthebbende? Met wie komt de rechtsverhouding tot stand? Is het conservatoir beslag onder de juiste entiteit gelegd? Wat valt onder het…

78 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.