Gerechtsdeurwaarderswet

GDW

Huidige tekst

Artikel 3 GDW

Geldt sinds 1 juli 2016

  1. 1

    De gerechtsdeurwaarder is bevoegd tot het verrichten van ambtshandelingen op het grondgebied van Nederland.

  2. 2

    De gerechtsdeurwaarder is niet bevoegd tot het verrichten van ambtshandelingen ten behoeve van of gericht tegen: a.zichzelf, zijn echtgenoot, geregistreerde partner of een persoon met wie hij een duurzame relatie onderhoudt en samenwoont; b.zijn bloed- of aanverwanten, in rechte lijn onbepaald en in de zijlijn tot en met de derde graad; c.een natuurlijke persoon, niet zijnde een gerechtsdeurwaarder, of rechtspersoon, waarvan de aandelen niet volledig in het bezit zijn van een gerechtsdeurwaarder, die direct of indirect aandelen bezit van of de functie van directeur vervult in de rechtspersoon die het kantoor houdt van waaruit de gerechtsdeurwaarder zijn ambtshandelingen verricht.

  3. 3

    De gerechtsdeurwaarder is niet bevoegd tot het verrichten van ambtshandelingen ten behoeve van of gericht tegen: a.de bloed- en aanverwanten van een persoon met wie hij een duurzame relatie onderhoudt en samenwoont, in rechte lijn onbepaald en in de zijlijn tot en met de derde graad; b.een rechtspersoon waarvan hij weet of had behoren te weten dat een van de personen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, dan wel een van hun bloed of aanverwanten in rechte lijn daarin een meerderheid van de aandelen bezit of de functie van directeur vervult.

  4. 4

    Ambtshandelingen, verricht in strijd met het tweede of derde lid, zijn nietig.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2025:12840Rechtbank Rotterdam, 6 augustus 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Kort geding. Executiegeschil. In het te executeren vonnis is de uitvoerbaarheid bij voorraad uitgebreid gemotiveerd, zodat aan een belangenafweging niet wordt toegekomen. Nieuwe feiten en…

  • ECLI:NL:GHAMS:2024:317Gerechtshof Amsterdam, 13 februari 2024 (civiel recht)

    Klacht tegen een gerechtsdeurwaarder. Bankbeslag. De gerechtsdeurwaarder heeft op een gegeven moment niet meer gereageerd op correspondentie. Hoedanigheid klaagster. Rechtmatigheid vordering en…

  • ECLI:NL:GHAMS:2022:1282Gerechtshof Amsterdam, 26 april 2022 (civiel recht)

    Klacht van het BFT tegen een gerechtsdeurwaarder. Gebreken in administratie. Niet tijdige overbetekening. Nietige exploten art. 3 lid 4 Gdw. Melden nevenfuncties. Klacht gegrond. Schorsing van een…

  • ECLI:NL:RBGEL:2020:4512Rechtbank Gelderland, 22 juli 2020 (civiel recht)

    Kort geding ex art. 438 lid 4 Rv. Nakoming vaststellingsovereenkomst. Ontruiming woonwagen en percelen grasland.

  • ECLI:NL:GHAMS:2011:BU2086Gerechtshof Amsterdam, 18 oktober 2011 (civiel recht)

    Ook als zou moeten worden geoordeeld dat de gerechtsdeurwaarder niet de juiste (rechts-)persoon heeft gedagvaard dan nog rechtvaardigt die enkele juridische fout niet het oordeel dat door de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2009:BK7536Rechtbank Amsterdam, 18 november 2009 (civiel recht)

    Incidentele vordering tot zekerheidsstelling voor proceskosten door de Republiek Irak De Republiek Irak stelt zich op het standpunt dat zij wel woonplaats of gewone verblijfplaats heeft in Nederland…

  • ECLI:NL:RBHAA:2004:AR2678Rechtbank Haarlem, 7 oktober 2004 (civiel recht)

    Bij kostenveroordeling worden explootkosten niet geluiquideerd omdat de dagvaarding gelet op artikel 28 lid 1 en 2, juncto artikel 3 lid 3 van de Gerechtsdeurwaarderswet, niet is uitgebracht door een…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.