Gerechtsdeurwaarderswet

GDW

Huidige tekst

Artikel 38 GDW

Geldt sinds 1 juli 2016

  1. 1

    De kamer voor gerechtsdeurwaarders is bevoegd, al dan niet op verzoek van Onze Minister, het bestuur van de KBvG of het Bureau, een gerechtsdeurwaarder tegen wie een ernstig vermoeden is gerezen dat hij een van de in artikel 34, eerste lid, bedoelde handelingen of verzuimen heeft gepleegd, in afwachting van een beslissing hierover te schorsen voor een periode van ten hoogste zes maanden. Zij kan deze periode eenmaal verlengen voor ten hoogste zes maanden of totdat een beslissing tot voordracht tot ontslag onherroepelijk is geworden. De kamer voor gerechtsdeurwaarders kan steeds de schorsing opheffen.

  2. 2

    De secretaris van de kamer voor gerechtsdeurwaarders stelt Onze Minister, het bestuur van de KBvG of het Bureau en de betrokken gerechtsdeurwaarder onverwijld in kennis van een schorsing als bedoeld in het eerste lid en van een beslissing tot verlenging dan wel de opheffing daarvan.

  3. 3

    Over het voornemen tot schorsing wordt de betrokken gerechtsdeurwaarder gehoord.

  4. 4

    Ingeval de kamer voor gerechtsdeurwaarders naar aanleiding van de in artikel 34, eerste lid, bedoelde handelingen of verzuimen beslist tot het opleggen van een schorsing gedurende een bepaalde termijn, kan zij de periode van schorsing ingevolge het eerste lid in mindering brengen op die termijn.

  5. 5

    Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien tegen een gerechtsdeurwaarder een strafrechtelijke vervolging ter zake van een misdrijf is ingesteld en het misdrijf mede het uitoefenen van het ambt van gerechtsdeurwaarder raakt.

  6. 6

    Binnen dertig dagen na de mededeling, bedoeld in het tweede lid, kan Onze Minister, het bestuur van de KBvG, het Bureau of de betrokken gerechtsdeurwaarder daartegen bij met redenen omkleed beroepschrift beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam. Het beroep schorst de beslissing waartegen het is gericht niet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2023:406Gerechtshof Amsterdam, 21 februari 2023 (civiel recht)

    Klacht van het BFT tegen een gerechtsdeurwaarder. Bewaringspositie. Administratie. Gebruik van de derdengeldenrekening. Ontzetting uit het ambt. Strafmaatverweer in hoger beroep. Het hof bevestigt de…

  • ECLI:NL:RVS:2020:2857Raad van State, 2 december 2020 (bestuursrecht)

    Bij brief van 24 januari 2019 heeft het Bureau Financieel Toezicht (hierna: BFT) een definitieve onderzoeksrapportage toegezonden aan [appellant A] en anderen. Het BFT heeft op grond van de artikelen…

  • ECLI:NL:GHAMS:2020:3006Gerechtshof Amsterdam, 17 november 2020 (civiel recht)

    Klacht BFT tegen een voormalig gerechtsdeurwaarder. Het BFT verwijt de voormalig gerechtsdeurwaarder – onder meer- dat hij een bewaringstekort (schending artikel 19 Gdw) niet heeft gemeld cq.…

  • ECLI:NL:GHAMS:2020:3007Gerechtshof Amsterdam, 17 november 2020 (civiel recht)

    Klacht BFT tegen een gerechtsdeurwaarder. Bewaringstekort. Financiële en dossieradministratie niet op orde. Ontoereikende liquiditeit en solvabiliteit. Keuze voor indienen klacht in plaats van…

  • ECLI:NL:GHAMS:2019:2429Gerechtshof Amsterdam, 7 juni 2019 (civiel recht)

    Spoedappel. Schorsing als bedoeld in artikel 38 Gdw. 3 gerechtsdeurwaarders komen in hoger beroep van de door de kamer opgelegde schorsing voor de duur van zes maanden. Het hof wijst af het verzoek…

  • ECLI:NL:RBAMS:2017:10578Rechtbank Amsterdam, 12 mei 2017 (civiel recht)

    De gerechtsdeurwaarder heeft een justitiabele jegens wie hij een ambtshandeling verrichtte, namelijk de betekening van een exploot, geprobeerd over te halen tot het verrichten van seksuele diensten…

  • ECLI:NL:GHAMS:2017:469Gerechtshof Amsterdam, 21 februari 2017 (civiel recht)

    De gerechtsdeurwaarder heeft een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders waarbij hij met ingang van 3 november 216 voor een periode van zes…

  • ECLI:NL:GHAMS:2015:3049Gerechtshof Amsterdam, 21 juli 2015 (civiel recht)

    Het BFT heeft een bewaringstekort op de derdengeldrekening en een negatieve liquiditeitspositie geconstateerd. Verder vond de berekening van de bewaringspositie niet plaats volgens de zogenoemde…

16 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.