Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

WHW

Huidige tekst

Artikel 7.46 WHW

Geldt sinds 1 september 2018

Instellingscollegegeld 1 Een student die niet voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 7.45a, eerste, tweede en zesde lid, en niet is ingeschreven voor een onderwijseenheid bij de Open Universiteit, is het instellingscollegegeld verschuldigd. 2 De hoogte van het instellingscollegegeld wordt door het instellingsbestuur vastgesteld. Het instellingsbestuur kan per opleiding of groep van opleidingen of per groep of groepen studenten een verschillend instellingscollegegeld vaststellen. 3 Onverminderd artikel 7.3f, bedraagt het instellingscollegegeld ten minste het volledig wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid. 4 Indien de student, bedoeld in het eerste lid, gedurende een studiejaar alsnog voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 7.45a, eerste, tweede en zesde lid, is hij voor het resterende deel van het studiejaar op zijn verzoek het wettelijk collegegeld verschuldigd en betaalt het instellingsbestuur hem het hogere instellingscollegegeld, dat de student voor het restant van het studiejaar heeft betaald, terug. 5 Het instellingsbestuur stelt regels vast met betrekking tot de toepassing van dit artikel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:165Hoge Raad, 31 januari 2025 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Overeenkomst waarbij aan studenten opleidingskosten in rekening zijn gebracht boven door Wet hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) toegestane bedragen. Beroep op…

  • ECLI:NL:PHR:2024:374Parket bij de Hoge Raad, 5 april 2024 (civiel recht)

    Onderwijsrecht; Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW); terugvordering teveel betaald collegegeld voor publiek bekostigde opleiding; taakverdeling burgerlijke rechter en…

  • ECLI:NL:HR:2016:1049Hoge Raad, 3 juni 2016 (civiel recht)

    Rechtsmachtverdeling burgerlijke rechter en bestuursrechter. Collectieve actie (art. 3:305a BW) m.b.t. hoogte instellingscollegegeld van universiteiten. Rechtsgang van titel 7.4 WHW met voldoende…

  • ECLI:NL:PHR:2016:8Parket bij de Hoge Raad, 22 januari 2016 (civiel recht)

    Rechtsmachtverdeling burgerlijke rechter en bestuursrechter. Collectieve actie (art. 3:305a BW) m.b.t. hoogte instellingscollegegeld van universiteiten. Rechtsgang van titel 7.4 WHW met voldoende…

  • ECLI:NL:RVS:2026:6093Raad van State, 14 oktober 2026 (bestuursrecht)

    Bij beslissing van 16 december 2025 heeft de directeur van het Instituut voor Recht van de Hogeschool Utrecht het verzoek van [appellante] om verlaging van het instellingscollegegeldtarief afgewezen.…

  • ECLI:NL:RVS:2025:5914Raad van State, 10 december 2025 (bestuursrecht)

    Bij beslissing van 28 augustus 2025 heeft het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam bepaald dat het instellingscollegegeld voor [appellant] € 15.800,00 bedraagt voor het studiejaar…

  • ECLI:NL:RVS:2025:3406Raad van State, 23 juli 2025 (bestuursrecht)

    Bij beslissing van 31 mei 2024 heeft Education and Student Affairs, namens het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft, het verzoek van [appellant] om restitutie van teveel betaald…

  • ECLI:NL:RVS:2025:3238Raad van State, 16 juli 2025 (bestuursrecht)

    Bij beslissing van 4 september 2024 heeft de directeur van de Dienst Student- en Onderwijszaken, namens het college van bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam, het verzoek van [appellant] om het…

21 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.