Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

WHW

Huidige tekst

Artikel 1.23 WHW

Geldt sinds 1 juni 2017

Bescherming naam hogeschool 1 Het voeren van de naam hogeschool is voorbehouden aan de instellingen voor hoger onderwijs die zijn opgenomen in de bijlage van deze wet onder g, en aan rechtspersonen voor hoger onderwijs. Onder het voeren van de naam hogeschool wordt tevens het voeren van deze naam in samenstellingen verstaan, alsmede het voeren van de naam hogeschool in vertalingen. In afwijking van artikel 1.22, eerste lid, wordt de naam hogeschool in het Engels aangeduid met «university of applied sciences» dan wel, bij hogescholen die opleiden tot een bepaald beroepsprofiel, «university» met daarachter het vakgebied. 2 In afwijking van het eerste lid, mag een onderwijsinstelling die in Nederland is gevestigd als nevenvestiging van een buitenlandse instelling, de naam hogeschool voeren indien de instelling: a.haar hoofdvestiging heeft in een land dat behoort tot de Europese Economische Ruimte; en b.in het land van hoofdvestiging als instelling voor hoger onderwijs is gevestigd conform de daar geldende onderwijs- en vestigingsregels en daar het recht heeft graden te verlenen; en c.op haar website duidelijk kenbaar maakt in welk land de hoofdvestiging is, welke graden op grond van welke opleidingen worden verleend en op grond van welke regeling een graad wordt verleend, met dien verstande dat de instelling deze gegevens, bij afwezigheid van een website, anderszins kenbaar maakt aan aanstaande studenten; en d.op ieder getuigschrift dat wordt verstrekt ten bewijze dat een graad is behaald, de naam van de instelling vermeldt en de regeling op grond waarvan de graad wordt verleend. 3 De bewijslast dat is voldaan aan de voorwaarden van het tweede lid, rust op de instelling. 4 Onze Minister kan besluiten dat nevenvestigingen van buitenlandse instellingen die hun hoofdvestiging buiten de Europese Economische Ruimte hebben, zich hier hogeschool mogen noemen indien zij voldoen aan bij ministeriële regeling vast te leggen criteria. Het tweede en derde lid zijn hierop van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2026:5676Raad van State, 23 september 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluiten van 26 juni 2023 heeft de minister aan [appellant], [appellant A], [appellant], [appellant C], [appellant D}, [appellant E], [appellant F] en [appellant G] bestuurlijke boetes opgelegd…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:3462Rechtbank Den Haag, 19 februari 2025 (bestuursrecht)

    Bestuurlijke boetes wegens overtreding van artikel 15.7 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (ten onrechte verlenen van graden), wegens overtreding van de in artikel 7.15…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.