Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

WHW

Huidige tekst

Artikel 7.28 WHW

Geldt sinds 1 september 2021

Vrijstelling op grond van andere diploma’s 1 Onverminderd artikel 7.28, derde en vierde lid, is degene aan wie een graad Bachelor of een graad Master is verleend, vrijgesteld van de in artikel 7.24, eerste en tweede lid bedoelde vooropleidingseisen en is degene aan wie een graad Associate degree is verleend, vrijgesteld van de in artikel 7.24, tweede lid, bedoelde vooropleidingseisen. Van de in de eerste volzin bedoelde vooropleidingseisen is eveneens vrijgesteld degene die toegang heeft tot het wetenschappelijk onderwijs of het hoger beroepsonderwijs in het land van een verdragspartij die het Verdrag inzake de erkenning van kwalificaties betreffende hoger onderwijs in de Europese regio (Trb. 2002, 137) heeft geratificeerd, onverminderd de bevoegdheid van het instellingsbestuur om op grond van artikel IV.1 van het genoemde verdrag een aanzienlijk verschil aan te tonen tussen de algemene eisen betreffende de toegang op het grondgebied van het bedoelde land waar de kwalificatie werd behaald en de algemene eisen bij of krachtens deze wet. Gelijke bevoegdheid bestaat op grond van het tweede lid, derde en vierde volzin, het derde en vierde lid en de artikelen 7.26, 7.26a en 7.27. 1a Het instellingsbestuur kan met het oog op de inschrijving voor een bacheloropleiding aan een universiteit van de bezitter van een graad Associate degree of van de bezitter van een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd propedeutisch examen aan een instelling voor hoger onderwijs die niet in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 7.24, eerste lid, dan wel een op grond van het tweede lid bij ministeriële regeling als ten minste gelijkwaardig aangemerkt onderscheidenlijk naar het oordeel van het instellingsbestuur daaraan ten minste gelijkwaardig diploma eisen dat hij aantoont over kennis, inzicht en vaardigheden te beschikken om de bedoelde bacheloropleiding met goed gevolg af te ronden. 2 Het instellingsbestuur verleent vrijstelling van de in artikel 7.24, eerste onderscheidenlijk tweede lid, bedoelde vooropleidingseis aan de bezitter van een al dan niet in Nederland afgegeven diploma dat bij ministeriële regeling is aangemerkt als tenminste gelijkwaardig aan het in het desbetreffende lid bedoelde diploma, onverminderd het derde en vierde lid. Het instellingsbestuur kan vrijstelling verlenen van de in artikel 7.24, eerste onderscheidenlijk tweede lid, bedoelde vooropleidingseisen aan de bezitter van een al dan niet in Nederland afgegeven diploma dat niet in de in de eerste volzin genoemde ministeriële regeling is opgenomen, indien dat diploma naar het oordeel van het instellingsbestuur tenminste gelijkwaardig is aan het in artikel 7.24, eerste onderscheidenlijk tweede lid bedoelde diploma, onverminderd het derde en vierde lid. Indien het een buiten Nederland afgegeven diploma betreft, kan het instellingsbestuur bepalen dat geen examens of onderdelen daarvan worden afgelegd dan nadat ten genoegen van de desbetreffende examencommissie het bewijs is geleverd van voldoende beheersing van de Nederlandse taal voor het met vrucht kunnen volgen van het onderwijs. Het instellingsbestuur kan tevens bepalen dat betrokkene niet wordt ingeschreven zolang het in de voorgaande volzin bedoelde bewijs niet is geleverd. 3 Indien nadere vooropleidingseisen als bedoeld in artikel 7.25, eerste tot en met vierde lid, van toepassing zijn, of bijzondere nadere vooropleidingseisen als bedoeld in artikel 7.25a, eerste lid, zijn vastgesteld kan de bezitter van een diploma als bedoeld in het eerste tot en met tweede lid geen examens afleggen voordat hij op een door het instellingsbestuur te bepalen wijze op grond van een aanvullend onderzoek heeft aangetoond te beschikken over de kennis en vaardigheden waarop de nadere of bijzondere nadere vooropleidingseisen, bedoeld in de artikelen 7.25 onderscheidenlijk 7.25a, betrekking hebben. 4 Het instellingsbestuur kan bepalen dat de bezitter van een diploma als bedoeld in het eerste dan wel tweede lid niet kan worden ingeschreven indien dat bestuur van oordeel is dat de eisen, bedoeld in de artikelen 7.25 of 7.25a, van dien aard zijn dat redelijkerwijs verwacht kan worden dat niet tijdens het eerste jaar van inschrijving voor de opleiding op grond van een aanvullend onderzoek als bedoeld in het derde lid aangetoond kan worden dat betrokkene beschikt over de kennis en vaardigheden waarop die eisen betrekking hebben. Het instellingsbestuur bepaalt op welke wijze betrokkene op grond van een aanvullend onderzoek met het oog op de inschrijving vrijgesteld kan worden van die eisen. 5 De bij het onderzoek, bedoeld in onderscheidenlijk de leden twee tot en met vier, te stellen eisen worden opgenomen in de onderwijs- en examenregeling.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2023:1326Raad van State, 5 april 2023 (bestuursrecht)

    Bij beslissing van 8 mei 2022 heeft het hoofd van het International Office, namens het College van Bestuur van Tilburg, aan [appellant] laten weten dat zijn toelatingsaanvraag voor de voltijd…

  • ECLI:NL:GHARL:2018:8915Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 oktober 2018 (civiel recht)

    Hoger beroep; door leerling tussentijds beëindigde onderwijsovereenkomst; geen dwaling; ambtshalve toetsing of algemene voorwaarde dat de student bij annulering na aanvang van het contactonderwijs de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2018:5403Rechtbank Amsterdam, 18 juli 2018 (bestuursrecht)

    Wet inburgering / t.a.v. verzoek om vrijstelling inburgeringsplicht beroep ongegrond / t.a.v. bestuurlijke boete beroep gegrond, rechtbank voorziet zelf in de zaak en stelt een lagere boete vast

  • ECLI:NL:RVS:2011:BR6920Raad van State, 7 september 2011 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 15 juli 2010 heeft de minister aan [partij] medegedeeld dat zij op grond van de bewijsstukken van haar vooropleiding is ingedeeld in lotingsklasse c met volgnummer 1546, dat in deze…

  • ECLI:NL:RVS:2011:BR5705Raad van State, 24 augustus 2011 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 2 september 2010 heeft de minister de aanmelding van [appellante] voor de opleiding B geneeskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam voor het studiejaar 2010-2011 als vervallen…

  • ECLI:NL:RBROE:2010:BN6013Rechtbank Roermond, 3 september 2010 (bestuursrecht)

    Verzoekster woont in Echt-Susteren (Nederland) en heeft algemeen vormend voortgezet onderwijs gevolgd in Maaseik (België). Zij is als houder van een buitenlands diploma ingedeeld in lotingsklasse C…

  • ECLI:NL:RVS:2006:AV8645Raad van State, 5 april 2006 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 2 juni 2005 heeft appellant (hierna: de IBG) aan [wederpartij] meegedeeld dat zijn aanmelding voor de opleiding Geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam voor het studiejaar…

  • ECLI:NL:RBAMS:2005:AU1727Rechtbank Amsterdam, 30 augustus 2005 (bestuursrecht)

    Het betreft een uitspraak inzake een geschil tussen verzoeker, aankomend student geneeskunde, en de IBG. De aanmelding van verzoeker voor plaatsing voor de studie geneeskunde was door de IBG…

9 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.