Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

WHW

Huidige tekst

Artikel 7.45 WHW

Geldt sinds 1 september 2023

Hoogte wettelijk collegegeld 1 De hoogte van het volledig wettelijk collegegeld wordt bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld. 2 De hoogte van het gedeeltelijk wettelijk collegegeld wordt door het instellingsbestuur vastgesteld en is gelegen tussen een minimum- en een maximumbedrag. Deze bedragen worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgesteld. 3 Het gedeeltelijk wettelijk collegegeld bedraagt niet meer dan het volledig wettelijk collegegeld of, indien dat op een student van toepassing is, niet meer dan het verlaagd wettelijk collegegeld. 4 Het instellingsbestuur informeert Onze Minister over de hoogte van het bedrag dat het instellingsbestuur op grond van het tweede lid heeft vastgesteld. 5 Indien op grond van artikel 7.45a, vijfde lid, groepen studenten zijn aangewezen die verlaagd wettelijk collegegeld verschuldigd zijn, wordt de hoogte van het verlaagd wettelijk collegegeld bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld, waarbij onderscheid kan worden gemaakt naar opleiding, leerjaar, de wijze waarop een opleiding is ingericht en instroomcohort. 6 De bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde bedragen, bedoeld in het eerste, tweede en vijfde lid, worden jaarlijks volgens de consumentenprijsindex geïndexeerd, op de wijze bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald. Bij algemene maatregel van bestuur wordt tevens bepaald wat onder de consumentenprijsindex wordt verstaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:165Hoge Raad, 31 januari 2025 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Overeenkomst waarbij aan studenten opleidingskosten in rekening zijn gebracht boven door Wet hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) toegestane bedragen. Beroep op…

  • ECLI:NL:PHR:2017:646Parket bij de Hoge Raad, 30 juni 2017 (belastingrecht)

    Belanghebbende was in het jaar 2011 werkzaam voor een BV. Hij verrichtte daar (licht) administratief werk en gaf cursussen voor het bedienen van machines. Belanghebbende volgde eveneens in het jaar…

  • ECLI:NL:PHR:2016:8Parket bij de Hoge Raad, 22 januari 2016 (civiel recht)

    Rechtsmachtverdeling burgerlijke rechter en bestuursrechter. Collectieve actie (art. 3:305a BW) m.b.t. hoogte instellingscollegegeld van universiteiten. Rechtsgang van titel 7.4 WHW met voldoende…

  • ECLI:NL:RBLIM:2025:7139Rechtbank Limburg, 16 juli 2025 (civiel recht)

    Bijzondere overeenkomst; opdracht; verrichten diensten/werkzaamheden.

  • ECLI:NL:RBROT:2025:2613Rechtbank Rotterdam, 27 februari 2025 (civiel recht)

    Incident; bevoegdheid civiel kantonrechter; zaak draait om inning wettelijk vastgesteld collegegeld door openbare universiteit, een publiekrechtelijk persoon. Het college van bestuur van een openbare…

  • ECLI:NL:RVS:2024:3366Raad van State, 28 augustus 2024 (bestuursrecht)

    [appellant] heeft zich op 7 februari 2022 voor het eerst ingeschreven voor een cursus (onderwijseenheid) van de bachelor Rechtsgeleerdheid aan de Open Universiteit. Op dat moment stond hij nog…

  • ECLI:NL:GHDHA:2023:957Gerechtshof Den Haag, 3 januari 2023 (verbintenissenrecht)

    Collegegeld master bedrijfskunde EUR hoger dan wettelijk toegestaan. Vordering studenten tot terugbetaling / schadevergoeding. Taakverdeliing bestuursrechter - civiele rechter. Dwaling, toerekenbare…

  • ECLI:NL:CRVB:2022:2288Centrale Raad van Beroep, 19 oktober 2022 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag lening voor het betalen van een herexamen in de vorm van een levenlanglerenkrediet. Uit de memorie van toelichting komt naar voren dat het levenlanglerenkrediet is bedoeld voor…

10 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.