Wet op de omzetbelasting 1968

OB

Huidige tekst

Artikel 34 OB

Geldt sinds 1 juli 2021

  1. 1

    De ondernemer is gehouden, met inachtneming van bij ministeriële regeling te stellen regels, aantekening te houden van de door hem en aan hem verrichte leveringen van goederen en verleende diensten, van de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, van de invoer van goederen in en de uitvoer van goederen uit de Unie, alsmede van andere gegevens die van belang zijn met betrekking tot de heffing van de belasting in Nederland en in andere lidstaten.

  2. 2

    De ondernemer is tevens, met inachtneming van bij ministeriële regeling te stellen regels, gehouden: a.een register bij te houden van de goederen die door hem of voor zijn rekening zijn verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat om aldaar te worden gebruikt voor de in artikel 3a, tweede lid, onderdelen e, f en g, bedoelde doeleinden; b.afzonderlijk aantekening te houden van de goederen die vanuit een andere lidstaat naar hem zijn verzonden of vervoerd door of voor rekening van een ondernemer aan wie een btw-identificatienummer is toegekend in een andere lidstaat, ten behoeve van een dienst als bedoeld in artikel 6e, tweede lid, onderdeel b; c.een register bij te houden van de goederen die hij in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep, bedoeld in artikel 3b, al dan niet door een derde partij verzendt of vervoert, en welk register de inspecteur in staat stelt de correcte toepassing van dat artikel te controleren; d.een register bij te houden van de goederen die aan hem in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep, bedoeld in artikel 3b, zijn geleverd.

  3. 3

    De rechtspersoon, andere dan ondernemer, is gehouden, met inachtneming van bij ministeriële regeling te stellen regels, aantekening te houden van de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen.

  4. 4

    De ondernemer die goederen levert met toepassing van artikel 28b, 28c of 28d, is tevens gehouden, met inachtneming van bij ministeriële regeling te stellen regels, afzonderlijk aantekening te houden van de met toepassing van de onderscheiden artikelen geleverde goederen, alsmede van de invoer en van de leveringen daarvan aan hem.

  5. 5

    Indien een ondernemer, via het gebruik van een elektronische interface, zoals een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk middel, de levering van goederen of diensten aan een andere dan ondernemer binnen de Unie, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II, afdelingen 1a en 1b, faciliteert, wordt de ondernemer die de levering faciliteert, verplicht een boekhouding van die leveringen bij te houden. Deze boekhouding bevat voldoende gegevens om de belastingautoriteiten van de lidstaat waarin deze goederenleveringen of diensten belastbaar zijn, in staat te stellen de juistheid van de aangifte te bepalen.

  6. 6

    Op verzoek moet de boekhouding, bedoeld in het vijfde lid, langs elektronische weg aan de betrokken lidstaten beschikbaar worden gesteld.

  7. 7

    De boekhouding, bedoeld in het vijfde lid, wordt bewaard gedurende tien jaren na afloop van het jaar waarin de handeling is verricht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:338Parket bij de Hoge Raad, 18 maart 2025 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Niet voldoen aan administratieplicht belastingen (art. 68 AWR). Middel over vervolging na eerdere vaststellingsovereenkomst en bestuurlijke boete voor niet juist doen van aangifte…

  • ECLI:NL:PHR:2025:343Parket bij de Hoge Raad, 18 maart 2025 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Als feitelijk leidinggever niet voldoen aan administratieplicht belastingen (art. 68 AWR). Middel over vervolging na eerdere vaststellingsovereenkomst en bestuurlijke boete voor…

  • ECLI:NL:PHR:2024:736Parket bij de Hoge Raad, 5 juli 2024 (belastingrecht)

    Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:774 Bewijslast van vergrijpboetes na het arrest van 8 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:526; art. 67f AWR; art. 10a AWR. De zaak waarin A-G Koopman een conclusie neemt, behoort…

  • ECLI:NL:PHR:2022:699Parket bij de Hoge Raad, 29 juni 2022 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 29 juni 2022 met de rolnummers: 21/03143, 21/03144, 21/03147, 20/03879

  • ECLI:NL:GHDHA:2024:1045Gerechtshof Den Haag, 5 juni 2024 (belastingrecht)

    Navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw 2015. Artikelen 27e en 52 AWR; verwerping van de administratie. Gemotiveerde schatting van omzet en winst door de Inspecteur. Belanghebbende heeft niet de vereiste…

  • ECLI:NL:GHDHA:2024:1046Gerechtshof Den Haag, 5 juni 2024 (belastingrecht)

    Naheffingsaanslagen omzetbelasting 2015 en 2016. Artikelen 27e en 52 AWR; verwerping van de administratie. Gemotiveerde schatting van omzet door de Inspecteur. Belanghebbende heeft niet de vereiste…

  • ECLI:NL:GHAMS:2024:1552Gerechtshof Amsterdam, 21 mei 2024 (belastingrecht)

    Omzetbelasting. In geschil is of en in hoeverre belanghebbende in aanmerking komt voor aftrek van voorbelasting. Belanghebbende handelt bij uitvoering wettelijke taken ‘als overheid’. Geen integraal…

  • ECLI:NL:GHDHA:2022:2325Gerechtshof Den Haag, 18 november 2022 (strafrecht)

    Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het niet voldoen aan de door de belastingwet gegeven verplichting tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van de administratie door valse of vervalste…

99 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.