Wet op de omzetbelasting 1968

OB

Huidige tekst

Artikel 3 OB

Geldt sinds 1 januari 2019

  1. 1

    Leveringen van goederen zijn: a.de overdracht of overgang van de macht om als eigenaar over een goed te beschikken; b.de afgifte van goederen ingevolge een overeenkomst van huurkoop; c.de oplevering van onroerende zaken door degene die de zaken heeft vervaardigd, met uitzondering van andere onbebouwde terreinen dan bouwterreinen als bedoeld in artikel 11, zesde lid; d.de rechtsovergang van goederen tegen betaling van een vergoeding ingevolge een vordering door of namens de overheid; e.vervallen; f.de rechtsovergang van goederen welke het onderwerp uitmaken van een overeenkomst tot het aanbrengen van die goederen aan een ander goed.

  2. 2

    Als levering van goederen wordt mede aangemerkt de vestiging, overdracht, wijziging, afstand en opzegging van rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen, met uitzondering van hypotheek en grondrente, tenzij de vergoeding, vermeerderd met de omzetbelasting, minder bedraagt dan de waarde in het economische verkeer van die rechten. De waarde in het economische verkeer bedraagt ten minste de kostprijs, met inbegrip van de omzetbelasting, van de onroerende zaak waarop het recht betrekking heeft, zoals die zou ontstaan bij de voortbrenging door een onafhankelijke derde op het tijdstip van de handeling.

  3. 3

    Met een levering onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, worden gelijkgesteld: a.het door een ondernemer aan zijn bedrijf onttrekken van een goed dat hij voor eigen privé-doeleinden of voor privé-doeleinden van zijn personeel bestemt, dat hij om niet verstrekt of, meer in het algemeen, dat hij voor andere dan bedrijfsdoeleinden bestemt, ingeval met betrekking tot dat goed of de bestanddelen daarvan recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan; b.vervallen; c.het onder zich hebben van goederen door een ondernemer of zijn rechthebbenden wanneer hij de uitoefening van zijn bedrijf beëindigt, ingeval bij de aanschaffing van die goederen of bij de bestemming ervan overeenkomstig het bepaalde in onderdeel b, zoals dat luidde op 31 december 2013, recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan.

  4. 4

    Indien door meer dan één persoon overeenkomsten worden gesloten met een verplichting tot levering van een zelfde goed dat vervolgens door de eerste persoon rechtstreeks aan de laatste afnemer wordt afgeleverd, wordt dat goed geacht door ieder van die personen te zijn geleverd.

  5. 5

    Goederen welke over een veiling worden verhandeld, worden geacht aan en vervolgens door de houder van de veiling te zijn geleverd.

  6. 6

    Goederen welke worden geleverd door tussenkomst van een commissionair of dergelijke ondernemer die overeenkomsten sluit op eigen naam maar op order en voor rekening van een ander, worden geacht aan en vervolgens door die ondernemer te zijn geleverd.

  7. 7

    Goederen zijn alle voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten, alsmede electriciteit, gas, warmte of koude en dergelijke.

  8. 8

    Voor de toepassing van het derde lid, onderdeel a, worden onttrekkingen van goederen om voor bedrijfsdoeleinden te dienen als geschenken van geringe waarde of als monster, niet als een levering onder bezwarende titel beschouwd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2022:1867Hoge Raad, 16 december 2022 (belastingrecht)

    Omzetbelasting; artikel 3, lid 5, en artikel 28b Wet OB 1968; bij toepassing van de veilingregeling en de winstmargeregeling is omzetbelasting verschuldigd over opgelden en commissies.

  • ECLI:NL:PHR:2020:648Parket bij de Hoge Raad, 26 juni 2020 (civiel recht)

    Contractenrecht. Faillissementsrecht. Vervolg van HR 2 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2729 (prejudiciële uitspraak). Curator van failliet aannemingsbedrijf vordert betaling van aanneemsommen voor…

  • ECLI:NL:PHR:2020:435Parket bij de Hoge Raad, 30 april 2020 (belastingrecht)

    Een onderdeel van belanghebbende, een fiscale eenheid in de omzetbelasting, exploiteert als woningcorporatie woonruimte voor 55-plussers. Ter verbetering van haar liquiditeitspositie heeft zij een…

  • ECLI:NL:HR:2017:1240Hoge Raad, 7 juli 2017 (belastingrecht)

    HR: 81.1 RO.

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:1850Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15 juli 2026 (belastingrecht)

    Artt. 3, lid 1, onderdeel a, 37 en 37d Wet OB 1968. Ongeacht beslaglegging door het OM is belanghebbende belastingplichtige voor de OB bij verkoop. Verschuldigdheid op facturen vermelde OB. Geen…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:589Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 maart 2026 (belastingrecht)

    OB. Invoer auto uit het buitenland. Intracommunautaire verwerving. [Belanghebbende] least een [merk auto] bij een Duitse Gmbh die de auto in Nederland heeft gekocht. Na enkele kortlopende…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:396Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18 februari 2026 (belastingrecht)

    Omzetbelasting, nultarief wegens uitvoer. Omvang van het geschil. Belanghebbende handelt in springpaarden. Zij heeft in 2012 aandelen van 50% van de volle eigendom van paarden verkocht aan afnemers…

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:1419Gerechtshof Amsterdam, 13 mei 2025 (belastingrecht)

    Naheffingsaanslag energiebelasting en opslag duurzame energie- en klimaattransitie. Wat wordt verstaan onder "levering van elektriciteit”?

216 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.