Wet op de omzetbelasting 1968

OB

Huidige tekst

Artikel 25 OB

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    In deze afdeling wordt verstaan onder: a.jaaromzet in Nederland: het totaal van de vergoedingen ter zake van de volgende leveringen van goederen en diensten verricht door een ondernemer binnen Nederland gedurende een kalenderjaar: 1°. leveringen van goederen en diensten, voor zover die zonder toepassing van artikel 25a, eerste lid, belast zouden zijn in Nederland; 2°. leveringen van goederen en diensten die in Nederland zijn vrijgesteld bij of krachtens artikel 11, eerste lid, onderdelen a, b, i en j, en verzekerings- en herverzekeringsdiensten, tenzij die leveringen van goederen en diensten met andere handelingen samenhangende handelingen zijn; 3°. leveringen van goederen waarvoor aan de afnemer teruggaaf of ontheffing wordt verleend op de voet van artikel 24, eerste of tweede lid; en 4°. leveringen van goederen en diensten waarvoor bij of krachtens artikel 39 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen aan de afnemer vrijstelling van omzetbelasting wordt verleend; b.jaaromzet in de Unie: de jaaromzet in Nederland en het totaal van de vergoedingen ter zake van leveringen van goederen en diensten, bedoeld in artikel 288 van de BTW-richtlijn 2006, verricht door een ondernemer binnen de andere lidstaten van de Unie gedurende een kalenderjaar.

  2. 2

    In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt bij de vaststelling van de jaaromzet in Nederland niet in aanmerking genomen de vergoeding voor de levering van door de ondernemer in zijn bedrijf gebruikte: a.onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen; en b.roerende zaken waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft of waarop de ondernemer zou kunnen afschrijven indien diegene aan een zodanige belasting zou zijn onderworpen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:244Parket bij de Hoge Raad, 24 februari 2023 (belastingrecht)

    Kan een inspecteur de verleggingsregeling terzijde schuiven als de factuur een gebrek vertoont? Zo neen, kan dat wel bij deelneming aan fraude? In deze zaak levert een besloten vennootschap non-ferro…

  • ECLI:NL:HR:2023:101Hoge Raad, 27 januari 2023 (belastingrecht)

    Omzetbelasting; art. 25 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (tekst t/m 31 december 2019); art. 25 van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 (tekst t/m 31 december 2019); art. 284…

  • ECLI:NL:HR:2005:AS5795Hoge Raad, 11 februari 2005 (belastingrecht)

    Art. 50(10) Wet OB 1968 (tekst tot 1 januari 1993): Catalogusprijs demo’s en lesauto’s; pakketkorting.

  • ECLI:NL:HR:2005:AR1498Hoge Raad, 7 januari 2005 (belastingrecht)

    Was de onderneming van belanghebbende in Nederland gevestigd, of beschikte deze in Nederland over een vaste inrichting?

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:6383Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 juli 2026 (belastingrecht)

    Omzetbelasting, KOR, beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:668Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 februari 2025 (belastingrecht)

    OB verzuimboete

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:4984Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 juli 2023 (belastingrecht)

    OB. KOR. Toepassing 3-jaarstermijn zorgt niet voor schending van evenredigheidsbeginsel. Artikel 1 EP is niet van toepassing.

  • ECLI:NL:GHARL:2022:5414Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 juni 2022 (belastingrecht)

    OB. Kleineondernemersregeling.

49 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.