Wet op de omzetbelasting 1968

OB

Huidige tekst

Artikel 28j OB

Geldt sinds 1 januari 2014

  1. 1

    In deze wet en in de daarop berustende bepalingen wordt onder beleggingsgoud verstaan: a.goud, in de vorm van staven of plaatjes met een door de goudmarkten aanvaard gewicht, met een zuiverheid van ten minste 995/1000, al dan niet belichaamd in effecten, doch met uitzondering van bij ministeriële regeling aan te wijzen kleine staven of plaatjes met een gewicht van ten hoogste 1 gram; b.gouden munten die: 1°. een zuiverheid van ten minste 900/1000 hebben; 2°. na 1800 zijn geslagen; 3°. in het land van oorsprong als wettig betaalmiddel fungeren of hebben gefungeerd; 4°. normaliter verkocht worden voor een prijs die de openmarktwaarde van het in de munten vervatte goud niet met meer dan 80% overschrijdt; c.gouden munten die zijn opgenomen in de lijst die de Europese Commissie elk jaar publiceert in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie en die daarmee worden geacht aan de in onderdeel b opgenomen criteria te voldoen gedurende het hele jaar waarvoor de lijst wordt gepubliceerd.

  2. 2

    De in het eerste lid, onderdelen b en c, bedoelde gouden munten worden, voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, geacht niet wegens hun numismatische belang te worden verkocht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2016:69Gerechtshof Amsterdam, 5 januari 2016 (belastingrecht)

    Omzetbelasting. Met de aankoop van zilverbaren wordt door belanghebbende geen economische activiteit in de zin van artikel 9, lid 1, van de Btw-richtlijn verricht. Ook belanghebbendes beroep op de…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.