Wet op de omzetbelasting 1968

OB

Huidige tekst

Artikel 13 OB

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    De belasting wordt verschuldigd: a.in gevallen waarin ingevolge de artikelen 34b tot en met 35 een factuur moet worden uitgereikt, op het tijdstip van de uitreiking of, indien deze niet tijdig plaatsvindt, het tijdstip waarop zij uiterlijk had moeten geschieden tenzij sprake is van een dienst waarover de belasting op grond van artikel 12, tweede lid, verschuldigd is door de afnemer van deze dienst, in welk geval de belasting verschuldigd wordt op het tijdstip waarop de dienst wordt verricht; b.in andere gevallen op het tijdstip waarop de levering of de dienst wordt verricht.

  2. 2

    In afwijking in zover van het eerste lid wordt de belasting of het desbetreffende gedeelte daarvan uiterlijk verschuldigd op het tijdstip waarop de vergoeding geheel of gedeeltelijk wordt ontvangen.

  3. 3

    Bij een levering of overbrenging voor bedrijfsdoeleinden van goederen met toepassing van de bij deze wet behorende tabel II, onderdeel a, post 6, wordt de belasting, in afwijking van het eerste en tweede lid, verschuldigd op het tijdstip van uitreiking van de factuur, of op het tijdstip van het verstrijken van de in artikel 34g, eerste volzin, bedoelde termijn indien er vóór die datum geen factuur is uitgereikt.

  4. 4

    In afwijking in zoverre van het eerste lid, onderdeel b, wordt de belasting ter zake van diensten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, verschuldigd op de laatste dag van het boekjaar waarin die diensten worden verricht. Diensten die op die dag nog niet zijn voltooid, worden geacht op die dag te zijn voltooid voorzover zij betrekking hebben op dat boekjaar. Indien het boekjaar langer is dan een jaar wordt de belasting verschuldigd op de laatste dag van het kalenderjaar waarin de diensten worden verricht met overeenkomstige toepassing van de tweede volzin.

  5. 5

    Voor de toepassing van het eerste lid worden de diensten waarvan de belasting op grond van artikel 12, tweede lid, verschuldigd is door de afnemer van deze diensten en die doorlopend worden verricht gedurende een periode langer dan één jaar geacht bij de afloop van elk kalenderjaar te zijn voltooid zolang de dienstverrichting doorloopt en die geen aanleiding geven tot afrekeningen of betalingen in die periode.

  6. 6

    De goederenleveringen die doorlopend worden verricht gedurende een periode langer dan een kalendermaand, waarbij de goederen onder de voorwaarden van de bij deze wet behorende tabel II, onderdeel a, post 6, worden vervoerd naar een andere lidstaat, worden geacht bij de afloop van elke kalendermaand te zijn voltooid zolang de goederenlevering doorloopt.

  7. 7

    Goederenleveringen en diensten, andere dan die bedoeld in het vierde, vijfde en zesde lid, die gedurende een zekere periode doorlopend worden verricht, worden geacht ten minste eenmaal per jaar te zijn voltooid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:513Parket bij de Hoge Raad, 10 mei 2024 (belastingrecht)

    Art. 217 Gemeentewet. Art. 11 AWR. Afvalstoffenheffing. Tweede aanslag mogelijk? Heffing naar verschillende grondslagen? HR BNB 1973/69 van toepassing? Belastingverordening onverbindend omdat zij…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1147Parket bij de Hoge Raad, 11 oktober 2019 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Vordering tegen PostNL wegens het ongeldig verklaren van gulden-postzegels per 1 november 2013 zonder inruilmogelijkheid. Onrechtmatig? Ongerechtvaardigde…

  • ECLI:NL:PHR:2016:83Parket bij de Hoge Raad, 8 maart 2016 (belastingrecht)

    Deze procedure maakt deel uit van een kwartet van proefprocedures over de verschuldigdheid van omzetbelasting ter zake van privégebruik van de ‘auto van de zaak’, waarin vandaag conclusies worden…

  • ECLI:NL:PHR:2016:89Parket bij de Hoge Raad, 8 maart 2016 (belastingrecht)

    Deze procedure maakt deel uit van een kwartet van proefprocedures over de verschuldigdheid van omzetbelasting ter zake van privégebruik van de ‘auto van de zaak’, waarin vandaag conclusies worden…

  • ECLI:NL:GHAMS:2024:298Gerechtshof Amsterdam, 11 januari 2024 (belastingrecht)

    Omzetbelasting; Telecommunicatiediensten voor mobiele telefonie, mobiel internetgebruik en sms; Multipurpose abonnement; Van omzetbelasting vrijgestelde contentdienst; Vertrouwensbeginsel.

  • ECLI:NL:GHDHA:2023:2353Gerechtshof Den Haag, 30 november 2023 (belastingrecht)

    Wet OB. De Inspecteur heeft omzetbelasting nageheven over het deel van de overeengekomen managementvergoeding dat door belanghebbende niet in rekening is gebracht en ook niet is ontvangen. De…

  • ECLI:NL:RBNHO:2023:8692Rechtbank Noord-Holland, 29 augustus 2023 (belastingrecht)

    De verzuimboetes zijn terecht opgelegd omdat van afwezigheid van alle schuld geen sprake is. Het beroep op het “ne bis in idem”-beginsel faalt. Er bestaat geen recht op vergoeding voor kosten voor…

  • ECLI:NL:RBOVE:2021:4857Rechtbank Overijssel, 27 december 2021 (strafrecht)

    De rechtbank Overijssel veroordeelt een 41-jarige man tot een gevangenisstraf van 24 maanden. De man verduisterde een bedrag van in totaal ruim 2,8 miljoen euro. Hij ontving het geld van…

42 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.