Huidige tekst
Artikel 21b OB
- 1
Voor de invoer van goederen wordt vrijstelling verleend indien deze invoer geen handelskarakter heeft en deze goederen deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers komende uit derdelandsgebieden of derde-landen. De vrijstelling wordt verleend voor: a.goederen, niet zijnde goederen bedoeld in de onderdelen b tot en met e, waarvan de totale waarde niet meer dan € 430 per reiziger bedraagt. Voor de toepassing van dit onderdeel wordt de waarde van een afzonderlijk goed niet gesplitst; b.de volgende tabaksproducten per reiziger tot een maximum van: – 200 sigaretten; – 100 cigarillo’s; – 50 sigaren; – 250 gram rooktabak; of – een proportioneel assortiment van deze producten; c.alcohol en alcoholhoudende dranken, niet zijnde niet-mousserende wijnen en bier, per reiziger tot een maximum van: – 1 liter alcohol en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van meer dan 22% vol. of niet gedenatureerde ethylalcohol van 80% vol. en hoger; – 2 liter alcohol en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van maximaal 22% vol.; of een proportioneel assortiment van deze producten; d.een maximale hoeveelheid van 4 liter niet-mousserende wijn en 16 liter bier per reiziger; e.brandstof die zich in het normale reservoir van een voertuig bevindt, alsmede per voertuig een maximale hoeveelheid van tien liter brandstof in een draagbaar reservoir.
- 2
Het maximumbedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt voor reizigers in de particuliere plezierluchtvaart of plezierzeevaart beperkt tot € 300.
- 3
De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c en d, geldt niet voor reizigers jonger dan zeventien jaar.
- 4
De maximale hoeveelheden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c en d, worden voor personeel van vervoermiddelen die worden gebruikt in het verkeer tussen de Unie en derdelandsgebieden of derde-landen beperkt tot de volgende hoeveelheden: a.voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b: – 40 sigaretten; – 20 cigarillo’s; – 10 sigaren; – 50 gram rooktabak; b.voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c: – 1 liter alcohol en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van meer dan 22% vol. of niet gedenatureerde ethylalcohol van 80% vol. en hoger; – 1 liter alcohol en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van maximaal 22% vol.; c.voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d: 2 liter niet-mousserende wijn en 8 liter bier.