Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag

WML

Huidige tekst

Artikel 18b WML

Geldt sinds 1 januari 2021

  1. 1

    Als overtreding wordt aangemerkt: a.het door een werkgever niet of onvoldoende nakomen van de op hem rustende verplichting tot girale voldoening van het minimumloon, bedoeld in artikel 7 en 7a; b.het door een werkgever niet of onvoldoende nakomen van de op hem rustende verplichting tot voldoening van de minimumvakantiebijslag, bedoeld in de artikelen 15 of 16; c.het door een werkgever verrichten van inhouding op of verrekening met het minimumloon, in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 13; d.het door een werkgever niet of onvoldoende nakomen van de op hem rustende verplichting de werkzaamheden schriftelijk overeen te komen op grond van artikel 12b; en e.het door een werkgever niet of onvoldoende nakomen van de op hem rustende verplichting de langere arbeidsduur geheel of gedeeltelijk in tijd te compenseren of te betalen, bedoeld in artikel 13a.

  2. 2

    Als overtreding wordt tevens aangemerkt het door de werkgever desgevraagd niet of niet tijdig aan de toezichthouder verstrekken van: a.een opgave als bedoeld in artikel 626 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel andere bescheiden waaruit de in dat artikel voorgeschreven gegevens blijken; b.bescheiden waaruit blijkt welk loon en welke vakantiebijslag aan de werknemer zijn voldaan; c.bescheiden waaruit blijkt hoeveel uren de werknemer heeft gewerkt; d.bescheiden waaruit de betalingsverplichtingen of voorschotten blijken welke met in achtneming van artikel 13 zijn ingehouden op of verrekend met het minimumloon; e.bescheiden waaruit voor de toepassing van artikel 12b de volgende gegevens blijken: 1°. de schriftelijke overeenkomst, bedoeld in dat artikel; 2°. de omvang van de productie van de werknemer, waar nodig uitgesplitst naar de verschillende onderdelen per stukloonnorm op grond van artikel 12a, derde lid, die hierop van toepassing is, in een uitbetalingstermijn; f.bescheiden waaruit voor de toepassing van artikel 13a de volgende gegevens blijken: 1°. de periode waarin de langere feitelijke arbeidsduur is ontstaan; 2°. de omvang van de langere feitelijke arbeidsduur; 3°. het tijdstip waarop de langere feitelijke arbeidsduur is gecompenseerd in betaalde vrije tijd of giraal is uitbetaald; 4°. de omvang van de langere feitelijke arbeidsduur in gecompenseerde tijd en de hoogte van de giraal uitbetaalde langere feitelijke arbeidsduur.

  3. 3

    Voor de toepassing van het tweede lid wordt als werkgever aangemerkt degene in of ten behoeve van wiens onderneming, bedrijf of inrichting een persoon arbeid verricht of heeft verricht of waarvan op grond van feiten en omstandigheden naar redelijk vermoeden een persoon arbeid verricht of heeft verricht. De in de eerste zin bedoelde persoon wordt in dat geval voor de toepassing van het tweede lid aangemerkt als werknemer. Hetgeen in de eerste zin is bepaald geldt behoudens tegenbewijs.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3721Rechtbank Noord-Nederland, 27 augustus 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 26 april 2024 heeft de minister eiseres een waarschuwing preventieve stillegging van werk gegeven (waarschuwing). Eiseres is het daar niet mee eens. Zij heeft beroep ingesteld en de…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3722Rechtbank Noord-Nederland, 27 augustus 2026 (bestuursstrafrecht)

    Eiseres exploiteert een bedrijf in de lelie- en tulpenteelt. Bij eiseres werken Poolse arbeidsmigranten. De minister heeft op 26 april 2024 aan eiseres een boete opgelegd van € 118.000,– omdat…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:5612Rechtbank Oost-Brabant, 10 augustus 2026 (bestuursprocesrecht)

    De minister heeft aan eiseres terecht een bestuurlijke boete opgelegd wegens overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en terecht aan eiseres de waarschuwing preventieve…

  • ECLI:NL:RVS:2026:4583Raad van State, 5 augustus 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 13 november 2020 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete van € 50.000,00 opgelegd wegens overtreding van artikel 18b, tweede…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:4644Rechtbank Overijssel, 29 juli 2026 (bestuursprocesrecht)

    Besluiten op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Boete wegens overtreding van artikel 18b van de Wml, openbaarmaking inspectiegegevens en waarschuwing preventieve stillegging van…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:9719Rechtbank Rotterdam, 21 juli 2026 (bestuursrecht)

    Varia, Wml. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de boete terecht is opgelegd maar dat het beroep wel gegrond is omdat de redelijke termijn is overschreden. De rechtbank matigt de…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:9726Rechtbank Rotterdam, 21 juli 2026 (bestuursrecht)

    Varia, Wml. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de boete terecht is opgelegd maar dat het beroep wel gegrond is omdat de redelijke termijn is overschreden. De rechtbank matigt de…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:5011Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 juni 2026 (bestuursprocesrecht)

    Deze uitspraak gaat over een boete die de minister heeft opgelegd wegens twee overtredingen van de Wet minimumloon en minumumvakantiebijslag en een waarschuwing vanwege het overtreden daarvan. Het…

130 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.