Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten

Wajong

Huidige tekst

Artikel 8:8 Wajong

Geldt sinds 1 januari 2022

Garantiebedrag in verband met gewijzigde regels inkomensvoorziening en arbeidsongeschiktheidsuitkering 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt een garantiebedrag vast voor de jonggehandicapte die: a.in de maand voor inwerkingtreding van artikel I, onderdelen S, W, Z, AA en BB van de wet van 27 mei 2020 tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en enkele andere wetten in verband met verdere activering van de participatie van jonggehandicapten en het harmoniseren van de verschillende regimes Wajong (Stb. 2020, 173) inkomen geniet en in de daaropvolgende maand nog steeds inkomen geniet; of b.in de maand voor inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel R, van de Verzamelwet SZW 2021 een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving, waarbij sprake was van samenloop met een uitkering als bedoeld in de artikelen 3:50 of 3:51 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel Ja, van de Verzamelwet SZW 2021. 2 Het garantiebedrag wordt vastgesteld aan de hand van de berekeningswijze behorende bij de inkomensvoorziening of arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop de jonggehandicapte op grond van de hoofdstukken 2 en 3, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdelen S, W, Z, AA en BB, van de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde wet of artikel XII, onderdeel R, van de Verzamelwet SZW 2021 recht zou hebben gehad in de maand van inwerkingtreding van: a.artikel I, onderdelen S, W, Z, AA en BB, van de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde wet, waarbij het inkomen in afwijking van de betreffende artikelen staat voor het gemiddelde inkomen per dag over een bij algemene maatregel van bestuur bepaalde periode, die voor verschillende situaties verschillend kan worden vastgesteld; b.artikel XII, onderdeel R, van de Verzamelwet SZW 2021, waarbij voor de toepassing van de artikelen 3:50 of 3:51 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel Ja, van de Verzamelwet SZW 2021, in afwijking van die artikelen, de uitkering wordt gebruikt waarop de jonggehandicapte op grond van die artikelen in de maand voorafgaand aan die inwerkingtreding recht had. 3 In afwijking van het tweede lid wordt het garantiebedrag voor de jonggehandicapte die in de maand van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen S, W, Z, AA en BB van de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde wet, recht zou hebben gehad op inkomensondersteuning, bedoeld in artikel 2:39, eerste lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van die wet, vastgesteld aan de hand van de berekeningswijze behorende bij de inkomensondersteuning, bedoeld in artikel 2:41, zoals dat artikel luidde op de dag voor inwerkingtreding van die wet, indien die jonggehandicapte sinds januari 2015 onafgebroken inkomen heeft genoten. 4 De jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, heeft recht op een inkomensvoorziening of een arbeidsongeschiktheidsuitkering ter hoogte van het garantiebedrag wanneer de inkomensvoorziening of de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 2:40, 2:46, 3:8 of 3:8b, het garantiebedrag niet te boven gaat. 5 Het vierde lid is niet langer van toepassing, indien gedurende een aaneengesloten periode van een jaar: a.de inkomensvoorziening of de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 2:40, 2:46, 3:8 of 3:8b hoger is dan het garantiebedrag; of b.door de jonggehandicapte geen inkomen is genoten of uitkering als bedoeld in de artikelen 3:50 of 3:51 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel Ja, van de Verzamelwet SZW 2021. 6 De periode van een jaar, bedoeld in het vijfde lid, kan bij algemene maatregel van bestuur tijdelijk met ten hoogste een jaar worden verlengd voor zover dat nodig is in verband met de gevolgen van de crisis in verband met COVID-19. 7 Met ingang van de dag waarop het minimumloon wijzigt, wordt het op grond van het tweede of derde lid vastgestelde garantiebedrag, gewijzigd met het percentage van deze wijziging. 8 In dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt onder inkomen verstaan het inkomen, bedoeld in artikel 2:6 dan wel artikel 3:48, achtste lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel OO, van de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde wet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1109Centrale Raad van Beroep, 26 augustus 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling hoogte Wajong-uitkering over het jaar 2021. Het Uwv heeft terecht geen garantiebedrag vastgesteld omdat betrokkene niet voldoet aan de voorwaarde dat hij in zowel december 2020 als in…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:88Centrale Raad van Beroep, 22 januari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Uitkering op grond van de zogeheten voortgezette werkregeling van hoofdstuk 2 van de Wajong. Weigering terug te komen van het besluit van 07 april 2021 waarin het garantiebedrag is vastgesteld op €…

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:1228Rechtbank Gelderland, 17 februari 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Aansluiting bij de lijn neergelegd in ECLI:NL:RBGEL:2024:8431. Artikel 8:8 van de Wajong (vaststelling garantiebedrag). Artikel 8:8, achtste lid, van de Wajong definieert dat onder inkomen in het…

  • ECLI:NL:CRVB:2025:4Centrale Raad van Beroep, 8 januari 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Het garantiebedrag per 1 januari 2021 is terecht vastgesteld op € 14,44 bruto per dag op basis van zijn inkomen in januari 2021.

  • ECLI:NL:RBGEL:2024:8431Rechtbank Gelderland, 29 november 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Artikel 8:8 van de Wajong (garantiebedrag). Het UWV heeft eiseres geen garantiebedrag toegekend omdat eiseres in december 2020 geen inkomen had (in 2021 had zij wel inkomen). Artikel 8:8, achtste…

  • ECLI:NL:RBOVE:2024:4953Rechtbank Overijssel, 24 september 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Beroep ongegrond. Beëindigen garantiebedrag Wajong. Niet in geschil is dat eiseres gedurende de aaneengesloten periode van een jaar naast haar Wajong-uitkering geen inkomsten heeft gehad. Toetsing…

  • ECLI:NL:RBLIM:2022:6960Rechtbank Limburg, 13 september 2022 (bestuursrecht)

    Ter voorkoming van achteruitgang als gevolg van de nieuwe regels over inkomen naast uitkering die per 1 januari 2021 in de Wajong zijn opgenomen is tevens een regeling over een garantiebedrag…

  • ECLI:NL:RBAMS:2022:4864Rechtbank Amsterdam, 12 augustus 2022 (bestuursrecht)

    Wajong. Vaststelling garantiebedrag. Laatste drie maanden waarover het garantiebedrag is berekend, zijn niet representatief voor het gemiddelde inkomen. Achteruitgang in inkomen door de…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.