Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten

Wajong

Huidige tekst

Artikel 3:3 Wajong

Geldt sinds 1 januari 2011

Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering 1 De jonggehandicapte heeft recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering zodra hij onafgebroken 52 weken, onmiddellijk volgend op de in artikel 3:2, onderdeel a of b bedoelde dag, arbeidsongeschikt is geweest, indien hij na afloop van dat tijdvak nog arbeidsongeschikt is. 2 Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. 3 Recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft eveneens de jonggehandicapte die na afloop van het in het eerste lid bedoelde tijdvak van 52 weken niet arbeidsongeschikt is, doch ten aanzien van wie dit wel het geval is binnen vier weken na afloop van dat tijdvak. 4 Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, worden steeds in aanmerking genomen tijdvakken, gedurende welke de jonggehandicapte recht zou hebben gehad op ziekengeld op grond van de Ziektewet, indien hij op grond van die wet zou zijn verzekerd. 5 Voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid wordt niet als arbeidsongeschikt beschouwd degene die minder dan 25% arbeidsongeschikt is alsmede de jonggehandicapte die een uitkering geniet als bedoeld in het tweede lid. 6 Toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering vindt niet plaats met ingang van een dag, gelegen vóór die, waarop betrokkene de leeftijd van 18 jaar bereikt. 7 Toekenning ten aanzien van de in artikel 1:2, derde lid, bedoelde persoon, vindt niet eerder plaats dan met ingang van de dag dat hij in Nederland woont.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2025:342Centrale Raad van Beroep, 5 maart 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering Wajong-uitkering toe te kennen. Appellante is vanaf haar zeventiende levensjaar niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt geweest.

  • ECLI:NL:CRVB:2024:1690Centrale Raad van Beroep, 29 augustus 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering terug te komen van het besluit van 16 februari 2010 tot afwijzing van de eerdere Wajong-aanvraag blijft in stand. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

  • ECLI:NL:GHAMS:2024:357Gerechtshof Amsterdam, 6 februari 2024 (belastingrecht)

    Recht op jonggehandicaptenkorting in de zin van artikel 8.16a Wet IB 2001 bij recht op toekenning van een Wajong-uitkering.

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:7423Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 december 2022 (socialezekerheidsrecht)

    WAJONG

  • ECLI:NL:CRVB:2015:4534Centrale Raad van Beroep, 11 december 2015 (socialezekerheidsrecht)

    Tussenuitspraak. Afwijzing aanvraag (laattijdige) Wajong-uitkering. In het onderhavige geval heeft appellant middels een tweetal rapporten die uitvoerig zijn gemotiveerd, zijn aanvraag onderbouwd…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.