Verdrag inzake de rechten van het kind

IVRK

Huidige tekst

Artikel 30 IVRK

Geldt sinds 18 november 2002

In die Staten waarin etnische of godsdienstige minderheden, taalminderheden of personen behorend tot de oorspronkelijke bevolking voorkomen, wordt het kind dat daartoe behoort niet het recht ontzegd te zamen met andere leden van zijn of haar groep zijn of haar cultuur te beleven, zijn of haar eigen godsdienst te belijden en ernaar te leven, of zich van zijn of haar eigen taal te bedienen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:6622Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 juni 2026 (personen- en familierecht)

    Mk restantmuhp bij moeder, uit aanvullend raadsonderzoek komt naar voren dat dit voor nu de beste plaats is, omdat verder zicht op bepaalde punten nog ontbreekt

  • ECLI:NL:GHSHE:2015:4550Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12 november 2015 (personen- en familierecht)

    Uithuisplaatsing en ondertoezichtstelling

  • ECLI:NL:GHSHE:2015:3764Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24 september 2015 (personen- en familierecht)

    uithuisplaatsing

  • ECLI:NL:GHDHA:2015:2002Gerechtshof Den Haag, 24 februari 2015 (civiel recht)

    onderwijs allochtone levende talen. Verplichting Staat onderwijs Turkse taal te faciliteren? Uiteenlopende verdragsrechtelijke grondslagen verworpen

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.