Verdrag inzake de rechten van het kind

IVRK

Huidige tekst

Artikel 3 IVRK

Geldt sinds 18 november 2002

  1. 1

    Bij alle maatregelen betreffende kinderen, ongeacht of deze worden genomen door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijk welzijn of door rechterlijke instanties, bestuurlijke autoriteiten of wetgevende lichamen, vormen de belangen van het kind de eerste overweging.

  2. 2

    De Staten die partij zijn, verbinden zich ertoe het kind te verzekeren van de bescherming en de zorg die nodig zijn voor zijn of haar welzijn, rekening houdend met de rechten en plichten van zijn of haar ouders, wettige voogden of anderen die wettelijk verantwoordelijk voor het kind zijn, en nemen hiertoe alle passende wettelijke en bestuurlijke maatregelen.

  3. 3

    De Staten die partij zijn, waarborgen dat de instellingen, diensten en voorzieningen die verantwoordelijk zijn voor de zorg voor of de bescherming van kinderen voldoen aan de door de bevoegde autoriteiten vastgestelde normen, met name ten aanzien van de veiligheid, de gezondheid, het aantal personeelsleden en hun geschiktheid, alsmede bevoegd toezicht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:995Parket bij de Hoge Raad, 16 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    Jeugdrecht. Machtiging tot uithuisplaatsing (art. 1:265b BW). Bevoegdheid rechter om een machtiging uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin te verlenen als de GI heeft verzocht om een machtiging…

  • ECLI:NL:PHR:2026:847Parket bij de Hoge Raad, 4 september 2026 (personen- en familierecht)

    Burgerlijk procesrecht. Familierecht. Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing minderjarige. Heeft de kinderrechter terecht afgezien van het voorafgaand horen van ouders? Heeft de kinderrechter na de…

  • ECLI:NL:PHR:2026:511Parket bij de Hoge Raad, 22 mei 2026 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Binnenlandse adoptiezaak. Draagmoeder met spijt. Beoordeling van het vereiste voor adoptie dat het kind van zijn ouder (i.c. de draagmoeder) in de hoedanigheid van ouder…

  • ECLI:NL:HR:2026:679Hoge Raad, 17 april 2026 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Procesrecht. Aansprakelijkheid Staat voor strafrechtelijk optreden. Art. 5 lid 1 en 3 EVRM en art. 37, aanhef en onder b en d, IVRK. Inverzekeringstelling minderjarige (art. 57…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2958Gerechtshof Amsterdam, 20 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    Voorlopige voogdij. Moeder is overleden en vader is gedetineerd. Zijn grootouders en/of tante moederszijde belanghebbende in deze procedure? Artikel: 798 lid 1 Rv, 1:241 lid 2 BW, 6 en 8 EVRM, 3 en…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10194Rechtbank Amsterdam, 15 oktober 2026 (civiel recht)

    Kort geding. De vordering tot ontruiming vanwege een huurachterstand wordt toegewezen. Van belang is dat huurder heeft verklaard al bezig te zijn met het regelen van vervangende woonruimte en dat dit…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13990Rechtbank Rotterdam, 14 oktober 2026 (civiel recht)

    Kort geding. Ontruiming. Afwijzing. In deze situatie is sprake van onderhuur die betrekking heeft op een zelfstandige woning waar de onderhuurder, gedaagde, haar hoofdverblijf heeft. Dat brengt op…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:7454Rechtbank Midden-Nederland, 14 oktober 2026 (civiel recht)

    Huur, buitengerechtelijke ontbinding tijdens burgemeesterssluiting, explosies, discussie over bewoning.

2.131 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.