Verdrag inzake de rechten van het kind

IVRK

Huidige tekst

Artikel 6 IVRK

Geldt sinds 18 november 2002

  1. 1

    De Staten die partij zijn, erkennen dat ieder kind het inherente recht op leven heeft.

  2. 2

    De Staten die partij zijn, waarborgen in de ruimst mogelijke mate de mogelijkheden tot overleven en de ontwikkeling van het kind.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:728Parket bij de Hoge Raad, 27 juni 2025 (civiel recht)

    Huurrecht. Prejudiciële vragen Rb. Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2024:10288). Invulling ‘belang van het kind’ uit art. 3 lid 1 IVRK bij ontruimingszaken van huurwoningen waar minderjarige kinderen bij…

  • ECLI:NL:PHR:2024:413Parket bij de Hoge Raad, 12 april 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Art. 805 lid 2 Rv. Ontvankelijkheid hoger beroep van tussenbeschikking. Abusievelijk geplaatste ‘rechtsmittelbelehrung’? Verschoonbare onduidelijkheid?

  • ECLI:NL:PHR:2023:311Parket bij de Hoge Raad, 24 februari 2023 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Art. 223 Rv-beschikking over verzoek benoeming bijzondere curator ogv art. 1:250 BW en schorsing omgang.

  • ECLI:NL:PHR:2021:57Parket bij de Hoge Raad, 22 januari 2021 (personen- en familierecht)

    Prejudiciële procedure (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van minderjarige bij pleegouders. Dienen de pleegouders toestemming te verkrijgen van de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:30470Rechtbank Den Haag, 13 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:23455Rechtbank Den Haag, 21 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Beëindiging voogdij nav informele rechtsingang. Strijd met EVRM en IVRK en analoge toepassing van 1:251a lid 4 BW

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:7222Rechtbank Den Haag, 20 februari 2026 (vreemdelingenrecht)

    Artikel 8 van het EVRM. De minister heeft geen deugdelijk onderzoek gedaan naar de belangen van de minderjarige kinderen. De feiten en belangen die moeten worden vastgesteld in het kader van artikel…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:18253Rechtbank Den Haag, 27 augustus 2025 (vreemdelingenrecht)

    Reguliere aanvraag voor gezinshereniging. Geen sprake van familieleven tussen referent en zijn meerderjarige broer in de zin van artikel 8 van het EVRM, omdat geen sprake is van bijkomende elementen…

83 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.