Verdrag inzake de rechten van het kind

IVRK

Huidige tekst

Artikel 2 IVRK

Geldt sinds 18 november 2002

  1. 1

    De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, eerbiedigen en waarborgen de in het Verdrag beschreven rechten voor ieder kind onder hun rechtsbevoegdheid zonder discriminatie van welke aard ook, ongeacht ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale, etnische of maatschappelijke afkomst, welstand, handicap, geboorte of andere omstandigheid van het kind of van zijn of haar ouder of wettige voogd.

  2. 2

    De Staten die partij zijn, nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat het kind wordt beschermd tegen alle vormen van discriminatie of bestraffing op grond van de omstandigheden of de activiteiten van, de meningen geuit door of de overtuigingen van de ouders, wettige voogden of familieleden van het kind.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:728Parket bij de Hoge Raad, 27 juni 2025 (civiel recht)

    Huurrecht. Prejudiciële vragen Rb. Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2024:10288). Invulling ‘belang van het kind’ uit art. 3 lid 1 IVRK bij ontruimingszaken van huurwoningen waar minderjarige kinderen bij…

  • ECLI:NL:PHR:2025:579Parket bij de Hoge Raad, 23 mei 2025 (internationaal privaatrecht)

    Nationaliteitsrecht. Internationaal Privaatrecht. Verzoek tot vaststelling Nederlanderschap op voet art. 17 Rijkswet op het Nederlanderschap. Kind geboren uit polygaam huwelijk in Ghana; erkenning…

  • ECLI:NL:HR:2020:1148Hoge Raad, 26 juni 2020 (civiel recht)

    Overheidsaansprakelijkheid. Is de Staat gehouden om vrouwelijke IS-uitreizigers en hun kinderen te repatriëren of zich daartoe in te spannen? Mensenrechten; rechtsmacht buiten grondgebied Staat; art.…

  • ECLI:NL:PHR:2020:412Parket bij de Hoge Raad, 24 april 2020 (civiel recht)

    Overheidsaansprakelijkheid. Is de Staat gehouden om vrouwelijke IS-uitreizigers en hun kinderen te repatriëren of zich daartoe in te spannen? Mensenrechten; rechtsmacht buiten grondgebied Staat; art.…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:25593Rechtbank Den Haag, 31 augustus 2026 (vreemdelingenrecht)

    De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de aanvraag van eiseres mocht afwijzen. Eiseres heeft de nationaliteit van een derde land (Kazachstan) en voldoet niet aan de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:25256Rechtbank Den Haag, 20 juli 2026 (vreemdelingenrecht)

    Vreemdelingenrecht. Aanvragen voor een verblijfsvergunning. Aanvraag voor moeder ('familie en gezin') is afgewezen en verblijfsvergunningen voor zoons (humanitair niet-tijdelijk) eerst ingewilligd en…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:11073Rechtbank Den Haag, 4 juni 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Ongeboren kind maakt geen deel uit van het huishouden zoals bedoeld in artikel 3 TW en heeft dus geen recht op toeslag, geen sprake van ongerechtvaardigd onderscheid, ongegrond

  • ECLI:NL:RVS:2024:2988Raad van State, 24 juli 2024 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 18 februari 2020 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de door [appellante] ingediende aanvraag om een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. [appellante] is op…

188 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.