Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968

Uitv.besch. OB

Huidige tekst

Artikel 6a Uitv.besch. OB

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    De keuze blijkens de schriftelijke huurovereenkomst of het verzoek om te worden uitgezonderd van de vrijstelling van belasting voor verhuur van onroerende zaken kan voor elke onroerende zaak afzonderlijk worden gedaan.

  2. 2

    In de schriftelijke huurovereenkomst of het verzoek wordt vermeld een omschrijving van de onroerende zaak met plaatselijke en kadastrale aanduiding alsmede de datum van aanvang van het boekjaar van de huurder. In de schriftelijke huurovereenkomst of het verzoek wordt een door de huurder ondertekende verklaring gevoegd waaruit blijkt dat hij de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van belasting op de voet van artikel 15 van de wet bestaat.

  3. 3

    De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking, waarin de datum met ingang waarvan de vrijstelling buiten toepassing blijft, wordt vermeld.

  4. 4

    Voor elk boekjaar geldt dat aan de in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, onder 5°, van de wet bedoelde voorwaarde dat de huurder de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van belasting op de voet van artikel 15 van de wet bestaat, is voldaan, wanneer de onroerende zaak over het desbetreffende boekjaar voor de hiervoor vermelde doeleinden is gebruikt. De voorwaarde wordt voor de eerste keer beoordeeld over het boekjaar waarin de huurder de onroerende zaak, met toepassing van het keuzerecht voor belasting, is gaan huren.

  5. 5

    Ingeval de onroerende zaak niet vóór het einde van het boekjaar waarin de huurder de onroerende zaak, met toepassing van het keuzerecht voor belasting, is gaan huren, door de huurder in gebruik is genomen, is niet voldaan aan de in het vierde lid bedoelde voorwaarde.

  6. 6

    Ingeval niet meer wordt voldaan aan de in het vierde lid bedoelde voorwaarde stelt de huurder de verhuurder binnen vier weken na afloop van het desbetreffende boekjaar daarvan in kennis door middel van een door hem ondertekende verklaring. Tevens zendt de huurder binnen dezelfde termijn een afschrift hiervan aan de inspecteur.

  7. 7

    Ingeval in een boekjaar dat is aangevangen na het boekjaar waarin de huurder de onroerende zaak is gaan huren, de vrijstelling buiten toepassing is gebleven en na afloop van dat boekjaar blijkt dat de huurder niet meer voldoet aan de in het vierde lid bedoelde voorwaarde, kan de vrijstelling in dat boekjaar buiten toepassing blijven, tenzij de huurder redelijkerwijs kon voorzien dat hij niet langer zou voldoen aan deze voorwaarde. Blijkt in het daarop volgende boekjaar evenmin te worden voldaan aan voormelde voorwaarde, dan vindt de vrijstelling toepassing met ingang van laatstgemeld boekjaar, ook als de huurder redelijkerwijs niet kon voorzien dat hij in het desbetreffende boekjaar niet zou voldoen aan die voorwaarde.

  8. 8

    Voor de toepassing van dit artikel geldt als boekjaar het boekjaar van de huurder.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2011:BP4793Hoge Raad, 23 september 2011 (belastingrecht)

    Omzetbelasting, artikel 11, lid 1, aanhef en letter b, onder 5°, Wet op de omzetbelasting 1968, artikel 6a, leden 5 en 6, Uitvoeringsbeschikking 1968; uitlegging begrip ‘gebruiken voor doeleinden…

  • ECLI:NL:PHR:2011:BP4793Parket bij de Hoge Raad, 23 september 2011 (belastingrecht)

    Omzetbelasting, artikel 11, lid 1, aanhef en letter b, onder 5°, Wet op de omzetbelasting 1968, artikel 6a, leden 5 en 6, Uitvoeringsbeschikking 1968; uitlegging begrip ‘gebruiken voor doeleinden…

  • ECLI:NL:HR:2009:BJ1839Hoge Raad, 23 oktober 2009 (belastingrecht)

    omzetbelasting, verhuur, overgangsregeling, art. 20, lid 2, AWR, afwezigheid van alle schuld

  • ECLI:NL:PHR:2008:ZC8116Parket bij de Hoge Raad, 11 april 2008 (belastingrecht)

    Wet van 18 december 1995 ivm bestrijding constructies m.b.t. onroerende zaken. Terugwerkende kracht in overeenstemming met gemeenschapsrecht. Geen integratieheffing igv vóór 1 april 1995 aan…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:26384Rechtbank Den Haag, 9 december 2025 (belastingrecht)

    Omzetbelasting. De rechtbank is van oordeel dat eiseres de door haar geclaimde aftrek van voorbelasting niet aannemelijk heeft gemaakt. Ook heeft verweerder terecht correcties voor privégebruik auto…

  • ECLI:NL:RBGEL:2024:9160Rechtbank Gelderland, 18 december 2024 (belastingrecht)

    Omzetbelasting. Aftrek voorbelasting gemengd gebruikte ruimte. A en B hebben een nieuwbouwwoning aangeschaft. Ter zake van de levering van de grond en de bouw van de woning is omzetbelasting…

  • ECLI:NL:GHARL:2022:5414Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 juni 2022 (belastingrecht)

    OB. Kleineondernemersregeling.

  • ECLI:NL:RBGEL:2020:6627Rechtbank Gelderland, 16 december 2020 (belastingrecht)

    Omzetbelasting. Eiseres exploiteert een sportaccommodatie die bestaat uit een sportveld en een clubgebouw. De sportaccommodatie stelt zij tegen vergoeding te beschikking aan een korfbalvereniging en…

28 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.