Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968

Uitv.besch. OB

Huidige tekst

Artikel 11 Uitv.besch. OB

Geldt sinds 1 januari 2011

  1. 1

    De aftrek van de in artikel 15 van de wet bedoelde belasting (voorbelasting) geschiedt, ingeval de ondernemer zowel handelingen verricht waarvoor recht op aftrek van voorbelasting bestaat als handelingen verricht waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat, met inachtneming van het volgende: a.van goederen en diensten, die uitsluitend worden gebruikt voor handelingen waarvoor recht op aftrek van voorbelasting bestaat, komt de voorbelasting geheel voor aftrek in aanmerking; b.van goederen en diensten, die uitsluitend worden gebruikt voor handelingen waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat, komt de voorbelasting in het geheel niet voor aftrek in aanmerking; c.met betrekking tot goederen en diensten die zowel voor de onder a als voor de onder b bedoelde handelingen worden gebruikt, komt voor aftrek in aanmerking het gedeelte van de voorbelasting dat in dezelfde verhouding staat tot die belasting als het totaal van de vergoedingen voor de handelingen bedoeld onder a staat tot het totaal van de vergoedingen voor de handelingen bedoeld onder a en onder b.

  2. 2

    Indien aannemelijk is dat het werkelijke gebruik van de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde goederen en diensten, als geheel genomen, niet overeenkomt met de aldaar bedoelde verhouding, wordt het voor aftrek in aanmerking komende gedeelte van de voorbelasting van die goederen en diensten berekend op basis van het werkelijke gebruik.

  3. 3

    Ingeval de ondernemer twee of meer goederen of diensten van dezelfde soort gebruikt, worden deze alle geacht mede te worden gebruikt ten behoeve van handelingen waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat, tenzij blijkt welke van die goederen of diensten uitsluitend worden gebruikt voor handelingen waarvoor geen recht op aftrek bestaat en welke uitsluitend voor handelingen waarvoor dat recht wél bestaat.

  4. 4

    De in artikel 15, eerste lid, laatste alinea, van de wet bedoelde aftrek over uitgaven in verband met een onroerende zaak wordt berekend op basis van het werkelijke gebruik van die onroerende zaak.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:281Hoge Raad, 20 februari 2026 (belastingrecht)

    Omzetbelasting; art. 11, lid 1, letter i, onder 2º, en art. 15, lid 2, letter c, Wet OB 1968; omvang recht op aftrek gemengde kosten van handelaar in financiële instrumenten op effectenbeurzen…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1403Parket bij de Hoge Raad, 5 december 2025 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 5 december 2025 inzake: 24/02832 ECLI:NL:PHR:2025:1337 en 23/03662 ECLI:NL:PHR:2025:1336

  • ECLI:NL:HR:2024:1883Hoge Raad, 20 december 2024 (belastingrecht)

    Omzetbelasting; art. 49 VWEU; art. 7, lid 4, Wet OB; art. 11 BTW-richtlijn 2006; fiscale eenheid; onderworpenheid aan omzetbelasting van diensten van buitenlandse moeder- en zustervennootschappen aan…

  • ECLI:NL:HR:2022:1608Hoge Raad, 11 november 2022 (belastingrecht)

    Omzetbelasting; art. 7, lid 4, en art. 15, lid 6, Wet op de omzetbelasting 1968; art. 11 Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968; omvang recht op aftrek gemengde kosten; bankenresolutie.

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:2380Rechtbank Gelderland, 25 maart 2026 (belastingrecht)

    Gemengd gebruik onroerende zaken. Omzet pro-rata. Vertrouwensbeginsel. Belanghebbende is een instelling die zich richt op het tegen vergoeding bieden van opvang en ondersteuning aan mensen met een…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:226Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21 januari 2026 (belastingrecht)

    Naheffingsaanslagen OB 2019 en 2020, aanslagen IB/PVV en Zvw 2019 en 2020, omkering en verzwaring bewijslast, redelijke schatting, boete, ISV

  • ECLI:NL:GHARL:2025:6033Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30 september 2025 (belastingrecht)

    OB. Voorbelasting. Pro rata. Verzuimboetes.

  • ECLI:NL:GHAMS:2024:1329Gerechtshof Amsterdam, 23 april 2024 (belastingrecht)

    Hoger beroep inspecteur ongegrond. Omzetbelasting 2020 derde kwartaal, nihilaangifte, in bezwaar verzoek om teruggaaf. Belanghebbende exploiteert van april tot begin september een openluchtzwembad.…

118 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.