Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968

Uitv.besch. OB

Huidige tekst

Artikel 13 Uitv.besch. OB

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    In afwijking van artikel 11 worden voor de toepassing van de aftrek afzonderlijk in aanmerking genomen: a.onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen; b.roerende zaken waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft, of waarop hij zou kunnen afschrijven indien hij aan een zodanige belasting zou zijn onderworpen; c.investeringsdiensten waarvan de vergoeding ten minste € 30.000 bedraagt.

  2. 2

    Met betrekking tot onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen wordt de aftrek herzien in elk van de negen boekjaren, volgende op dat waarin de ondernemer het goed is gaan gebruiken. De herziening geschiedt telkens voor een tiende gedeelte van de voorbelasting op basis van de voor het boekjaar geldende gegevens bij de aangifte over het laatste belastingtijdvak van dat boekjaar.

  3. 3

    Met betrekking tot de roerende zaken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en de investeringsdiensten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt de aftrek herzien in elk van de vier boekjaren, volgende op dat waarin de ondernemer het goed of de investeringsdienst is gaan gebruiken. De herziening geschiedt telkens voor een vijfde gedeelte van de voorbelasting op basis van de voor het boekjaar geldende gegevens bij de aangifte over het laatste belastingtijdvak van dat boekjaar.

  4. 4

    De herziening blijft achterwege in het boekjaar waarin de belasting welke op basis van de voor dat boekjaar geldende gegevens voor aftrek in aanmerking komt, niet meer dan tien percent verschilt van de in aftrek gebrachte belasting, met dien verstande dat wanneer de herziening het gevolg is van aanvang of beëindiging van de vrijstelling, bedoeld in artikel 25a, eerste of tweede lid, of artikel 25c, eerste lid, van de wet, deze in ieder geval achterwege blijft wanneer het bedrag van de herziening in dat boekjaar minder is dan € 500.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:9Parket bij de Hoge Raad, 3 januari 2022 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 3 januari 2022 inzake: nrs. 20/01344, 21/02167 en 21/02407

  • ECLI:NL:PHR:2021:1054Parket bij de Hoge Raad, 9 november 2021 (belastingrecht)

    In deze zaak wil belanghebbende, een fiscale eenheid omzetbelasting, de omvang van de aftrek van omzetbelasting berekenen naar het werkelijke gebruik van gemengd gebruikte goederen en diensten.…

  • ECLI:NL:PHR:2020:880Parket bij de Hoge Raad, 30 september 2020 (belastingrecht)

    A-G Ettema heeft conclusie genomen over de vraag of naheffing van herzieningsomzetbelasting mogelijk is in een geval waarin onverhoopt niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor een optie belaste…

  • ECLI:NL:PHR:2020:708Parket bij de Hoge Raad, 31 juli 2020 (belastingrecht)

    De kernactiviteit van belanghebbende, een fiscale eenheid voor de omzetbelasting, is het tegen vergoeding aanbieden van kinderopvang. Een onderdeel van belanghebbende, een BV, heeft een ICT-platform…

  • ECLI:NL:GHDHA:2023:2083Gerechtshof Den Haag, 19 oktober 2023 (belastingrecht)

    Vertrouwensbeginsel. Belanghebbende heeft aan eerdere procedures niet het vertrouwen kunnen ontlenen dat de Inspecteur geen naheffingsaanslag omzetbelasting zou opleggen ter zake de herziening over…

  • ECLI:NL:RBGEL:2022:5721Rechtbank Gelderland, 11 oktober 2022 (belastingrecht)

    Omzetbelasting. Herrekening bij ingebruikneming in afwijking van de bestemming. Artikel 15, vierde lid, tweede volzin van de Wet OB. Grote verbouwing van een pand van een woningstichting, zonder dat…

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:7700Rechtbank Den Haag, 26 mei 2021 (belastingrecht)

    ‘Omzetbelasting: het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt uitsluitend voor zover het de naheffing voor het jaar 2014 betreft. Verweerder heeft terecht over de jaren 2015 tot en met 2018 de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2020:12211Rechtbank Den Haag, 9 september 2020 (belastingrecht)

    Omzetbelasting. Eiseres heeft twee gebouwen laten bouwen met daarin appartementen, winkels en een parkeergarage met de bedoeling deze te verhuren. In geschil is het tijdstip van de integratieheffing…

112 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.