Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968

Uitv.besch. OB

Huidige tekst

Artikel 13a Uitv.besch. OB

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    In geval van levering door de ondernemer van de goederen, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdelen a en b, binnen de termijn waarin de aftrek voor het goed of de aan het goed verrichte investeringsdienst, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel c, wordt herzien, is artikel 13, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing. Daarbij wordt de ondernemer geacht tot het einde van elk van die termijnen het gebruik van het goed, onderscheidenlijk de dienst, voor bedrijfsdoeleinden voort te zetten uitsluitend ten behoeve van: a.belaste handelingen, indien ter zake van de levering van het goed belasting verschuldigd is dan wel geen belasting verschuldigd is omdat het gaat om een handeling als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet; b.handelingen waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat, indien ter zake van de levering van het goed geen belasting verschuldigd is en het niet gaat om een handeling als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet.

  2. 2

    De herziening geschiedt in één keer bij de aangifte over het belastingtijdvak waarin de levering plaatsvindt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:880Parket bij de Hoge Raad, 30 september 2020 (belastingrecht)

    A-G Ettema heeft conclusie genomen over de vraag of naheffing van herzieningsomzetbelasting mogelijk is in een geval waarin onverhoopt niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor een optie belaste…

  • ECLI:NL:HR:2014:3609Hoge Raad, 19 december 2014 (belastingrecht)

    Omzetbelasting; art. 3, lid 1, letter h, (oud) van de Wet OB; art. 11, 13 en 13a Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting; herziening omzetbelasting bij belaste levering van een gebouw binnen de…

  • ECLI:NL:PHR:2013:BZ1306Parket bij de Hoge Raad, 28 januari 2013 (belastingrecht)

    Op 2 april 2009 concludeerde A-G Van Hilten in de onderhavige zaak tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie van belanghebbende en verwijzing van de zaak. De Hoge Raad heeft daarop de zaak…

  • ECLI:NL:HR:2012:BU7242Hoge Raad, 14 december 2012 (belastingrecht)

    Omzetbelasting; art. 4, lid 4, Zesde richtlijn; Unierechtelijke beginselen; art. 3, lid 3, letter c, en art. 7, lid 4, Wet OB; fiscale eenheid. Gevolgen arrest HvJ 17 oktober 2007, Van der Steen…

  • ECLI:NL:GHDHA:2023:2354Gerechtshof Den Haag, 30 november 2023 (belastingrecht)

    10a AWR en 67f AWR. Vergrijp- en suppletieboete. De inspecteur heeft slechts gedeeltelijk aan zijn bewijslast voldaan.

  • ECLI:NL:RBNNE:2020:2827Rechtbank Noord-Nederland, 28 juli 2020 (belastingrecht)

    Berekening herziening gecompenseerde omzetbelasting inzake een brandweerkazerne. Zit in de grondslag voor de herziening ook de omzetbelasting die ziet op diensten ten behoeve van de brandweerkazerne?

  • ECLI:NL:RBNNE:2020:2828Rechtbank Noord-Nederland, 28 juli 2020 (belastingrecht)

    Berekening herziening gecompenseerde omzetbelasting inzake brandweerkazernes. Zit in de grondslag voor de herziening ook de omzetbelasting die ziet op diensten ten behoeve van de brandweerkazernes?

  • ECLI:NL:RBNNE:2020:2829Rechtbank Noord-Nederland, 28 juli 2020 (belastingrecht)

    Berekening herziening gecompenseerde omzetbelasting inzake een brandweerkazerne. Zit in de grondslag voor de herziening ook de omzetbelasting die ziet op diensten ten behoeve van de brandweerkazerne?

49 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.