Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968

Uitv.besch. OB

Huidige tekst

Artikel 3a Uitv.besch. OB

Geldt sinds 1 januari 2008

  1. 1

    Bij vorming van een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de wet, wordt de fiscale eenheid voor het berekenen van de door haar verschuldigde belasting geacht in de plaats te zijn getreden van de natuurlijke personen en lichamen in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, die de fiscale eenheid vormen.

  2. 2

    Bij beëindiging van een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de wet, worden de natuurlijke personen en lichamen in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, die de fiscale eenheid vormden, voor het berekenen van de door hen verschuldigde belasting geacht in de plaats te zijn getreden van de fiscale eenheid, voor het deel dat tot hun bedrijfsvermogen behoort.

  3. 3

    Bij wijziging van een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de wet: a.is bij toetreding van een natuurlijk persoon of lichaam in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen tot de fiscale eenheid, het eerste lid van overeenkomstige toepassing; en b.is bij uittreding van een natuurlijk persoon of lichaam in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen uit de fiscale eenheid, het tweede lid van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    De voorgaande leden gelden niet voor de toepassing van artikel 4c, derde en vierde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:384Parket bij de Hoge Raad, 22 april 2022 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Machtiging ex art. 68 lid 3 Fw om te procederen. Mee te wegen belangen. Beoordelingsvrijheid r-c. Is wederpartij voorgenomen procedure partij bij verlening van de machtiging?…

  • ECLI:NL:HR:2021:508Hoge Raad, 9 april 2021 (belastingrecht)

    Omzetbelasting; boete; art. 67c AWR, art. 5:1, leden 2 en 3, Awb, art. 7, lid 4, Wet OB 1968; boete ook mogelijk voor fiscale eenheid omzetbelasting.

  • ECLI:NL:PHR:2017:1281Parket bij de Hoge Raad, 7 november 2017 (belastingrecht)

    Overdrachtsbelasting en omzetbelasting; overdracht algemeenheid van goederen (art. 37d Wet OB); onroerende-zakencomplex waaronder een kantoortoren; toepassing samenloopvrijstelling (art. 15(1)(a) Wet…

  • ECLI:NL:HR:2014:226Hoge Raad, 7 februari 2014 (belastingrecht)

    Omzetbelasting; art. 29, lid 1, aanhef en letter a, Wet OB; art. 3a van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968; na verbreking van de fiscale eenheid is de uitgetreden werkmaatschappij en niet…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:7336Rechtbank Gelderland, 30 september 2026 (belastingrecht)

    OB. In geschil is of het pensioenfonds kan worden aangemerkt als een gemeenschappelijk beleggingsfonds, omdat de deelnemers beleggingsrisico dragen. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBGEL:2020:1285Rechtbank Gelderland, 24 februari 2020 (belastingrecht)

    OB. Naheffingsaanslagen 2011 en 2012. Plaats van dienst. Artikelen 6 en 37e Wet OB. Tenaamstelling naheffingsaanslagen op naam van al geëindigde fiscale eenheid is juist, bekendmaking ook. Eiseres…

  • ECLI:NL:GHSHE:2019:1970Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24 mei 2019 (belastingrecht)

    Tijdigheid en omvang incidenteel hoger beroep door de inspecteur. Voor de vraag of de vereiste aangifte is gedaan, dient te worden gekeken naar het aangiftetijdvak. Belanghebbende heeft voor…

  • ECLI:NL:RBZWB:2019:1726Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 februari 2019 (belastingrecht)

    Artikel 29 en 31 van de Wet OB. Naar het oordeel van de rechtbank is het verzoek om teruggave van betaalde omzetbelasting wegens oninbare vorderingen tijdig ingediend en is ook aan de overige…

22 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.