Jeugdwet

Jw

Huidige tekst

Artikel 9.3 Jw

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    Indien een van Onze Ministers van oordeel is dat een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling deze wet of de daarop berustende bepalingen niet of onvoldoende naleeft, kan hij de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling die het betreft een schriftelijke aanwijzing geven.

  2. 2

    In de aanwijzing geeft Onze Minister die het aangaat met redenen omkleed aan welke maatregelen de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling moet nemen met het oog op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.

  3. 3

    De aanwijzing bevat de termijn waarbinnen de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling daaraan moeten voldoen.

  4. 4

    Indien het nemen van maatregelen in verband met gevaar voor de veiligheid of de gezondheid redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de ingevolge artikel 9.2, eerste lid, met het toezicht belaste ambtenaar een schriftelijk bevel geven. Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen, welke door een van Onze Ministers kan worden verlengd.

  5. 5

    De jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling is verplicht binnen de daarbij gestelde termijn aan de aanwijzing onderscheidenlijk onmiddellijk aan het bevel te voldoen.

  6. 6

    Mandaat tot het verlengen van de geldigheidsduur van een bevel wordt niet verleend aan een met het toezicht belaste ambtenaar.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBGEL:2021:5653Rechtbank Gelderland, 27 oktober 2021 (civiel recht)

    Dwaling. Art. 6:230 lid 2 BW, wijze van opheffing van het nadeel. Verlaging koopprijs geeft geen contractueel evenwicht. Verzwegen informatie kan op andere wijze in hypothetische overeenkomst worden…

  • ECLI:NL:RBGEL:2021:4393Rechtbank Gelderland, 11 augustus 2021 (bestuursrecht)

    Toewijzing van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. Voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter. Verweerder heeft verzoekster een aanwijzing gegeven op grond van de Jeugdwet.…

  • ECLI:NL:RBNNE:2020:631Rechtbank Noord-Nederland, 13 februari 2020 (bestuursrecht)

    De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft een aanwijzing gegeven waarbij de stichting, onder meer, wordt opgedragen om de zorg over te dragen, en vervolgens, toen dat niet was gebeurd…

  • ECLI:NL:RBOVE:2020:538Rechtbank Overijssel, 11 februari 2020 (bestuursrecht)

    De voorzieningenrechter oordeelt dat het ministerie van VWS terecht een last onder dwangsom heeft opgelegd aan een jeugdhulporganisatie en terecht heeft besloten dat de organisatie een rapport van de…

  • ECLI:NL:RBROT:2018:6405Rechtbank Rotterdam, 2 augustus 2018 (bestuursrecht)

    Mondelinge uitspraak voorzieningenrechter. Publicatie van een aanwijzing. Niet wezenlijk is betwist dat de geboden hulpverlening en zorg niet voldoen aan de eisen van de artikelen 4.1.1 en 4.1.4 van…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.