Jeugdwet

Jw

Huidige tekst

Artikel 3.4 Jw

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Onze Minister van Justitie en Veiligheid wijst de certificerende instelling aan.

  2. 2

    De certificerende instelling, bedoeld in het eerste lid, beslist op aanvraag over de afgifte van een certificaat en een voorlopig certificaat en is bevoegd een afgegeven certificaat in te trekken of te schorsen.

  3. 3

    Een certificaat of een voorlopig certificaat wordt afgegeven als de aanvrager voldoet aan de in deze wet gestelde voorschriften.

  4. 4

    Onze Minister van Justitie en Veiligheid stelt een normenkader vast, waaraan de aanvrager moet voldoen om een certificaat te verkrijgen. Daarin worden in ieder geval eisen opgenomen omtrent: a.de deskundigheid van de medewerker van de gecertificeerde instelling; b.de gehanteerde methodieken en interventies; c.de organisatie en haar processen, en d.de samenwerking met andere organisaties.

  5. 5

    Een certificaat wordt afgegeven voor een periode van drie jaar en een voorlopig certificaat wordt afgegeven voor een periode van twee jaar.

  6. 6

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over: a.de eisen waaraan de certificerende instelling, bedoeld in het eerste lid, moet voldoen en het toezicht door Onze Minister van Justitie en Veiligheid op deze instelling; b.de wijze waarop de aanvraag voor een certificaat of een voorlopig certificaat wordt gedaan en de gegevens die de aanvrager daarbij verstrekt; c.de gronden waarop en de gevallen waarin een certificaat wordt geschorst of ingetrokken, en d.de vergoeding die is verschuldigd in verband met de kosten voor de behandeling van een aanvraag van een certificaat of voorlopig certificaat; e.de controle door de certificerende instelling van de gecertificeerde instellingen, en f.de vergoeding die de gecertificeerde instelling is verschuldigd in verband met de kosten voor de controle door de certificerende instelling.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:406Parket bij de Hoge Raad, 4 april 2025 (personen- en familierecht)

    Familierecht. Gezag over minderjarige. Verplichte procesvertegenwoordiging voor gecertificeerde instelling? (art. 1:283 BW) Maatstaf voor beoordeling verzoek ex art. 1:274 lid 2 BW.

  • ECLI:NL:PHR:2024:434Parket bij de Hoge Raad, 17 april 2024 (personen- en familierecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet. Is de Gecertificeerde Instelling in een procedure tussen ouders over gezag en/of omgang belanghebbende?

  • ECLI:NL:PHR:2017:226Parket bij de Hoge Raad, 17 maart 2017 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Procesrecht. Gezag en omgang. Uit gezag ontheven moeder verzoekt uitbreiding van de omgangsregeling. In hoger beroep schorst het hof de omgangsregeling op verzoek van de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2022:1904Rechtbank Amsterdam, 12 april 2022 (bestuursrecht)

    Wob-verzoek afgewezen. B-bestuursorgaan, maar in dit geval geen sprake van besluiten (eenziijdig bepalen van rechtspositie). Wob dus niet van toepassing, geen bezwaar en beroep mogelijk. Rechtbank…

  • ECLI:NL:GHARL:2020:4194Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2 juni 2020 (civiel recht)

    Hoger beroep van ECLI:NL:RBGEL:2018:3844; vraag of de gemeente jeugdhulpverlener onrechtmatig ten opzichte van andere hulpverleners in strijd met het gelijkheidsbeginsel geen gelijk speelveld heeft…

  • ECLI:NL:GHARL:2020:4197Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2 juni 2020 (civiel recht)

    Hoger beroep van ECLI:NL:RBGEL:2019:998; vraag of de gemeente aan jeugdhulpverlener onrechtmatig ten opzichte van andere hulpverleners in strijd met het gelijkheidsbeginsel geen gelijk speelveld…

  • ECLI:NL:GHARL:2020:4199Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2 juni 2020 (civiel recht)

    Hoger beroep; vraag of de gemeente aan jeugdhulpverlener onrechtmatig ten opzichte van andere hulpverleners in strijd met het gelijkheidsbeginsel geen gelijk speelveld heeft gegeven, maar heeft…

  • ECLI:NL:RBDHA:2016:10331Rechtbank Den Haag, 3 augustus 2016 (verbintenissenrecht)

    Onrechtmatige overheidsdaad. Aansprakelijkheid Staat voor nalaten vergoeding van onevenredige schade van Stichting Jeugdbescherming als gevolg van de inwerkingtreding van de Jeugdwet? Beroep op het…

9 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.