Besluit activiteiten leefomgeving

Bal

Huidige tekst

Artikel 2.11 Bal

Specifieke zorgplicht

Geldt sinds 1 januari 2024

  1. 1

    Degene die een milieubelastende activiteit, een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 2.2, is verplicht: a.alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b.voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c.als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

  2. 2

    Voor milieubelastende activiteiten houdt deze plicht in ieder geval in dat: a.alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; b.alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen; c.de beste beschikbare technieken worden toegepast; d.geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt; e.alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet; f.afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd; g.metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; h.meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt en gepresenteerd; i.voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat: herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en j.afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3.

  3. 3

    Voor lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam en lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk houdt deze plicht in ieder geval in dat: a.alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; b.de beste beschikbare technieken worden toegepast; c.geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt; d.alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet; e.lozingen op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk doelmatig kunnen worden bemonsterd; f.metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; en g.meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt en gepresenteerd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:4574Rechtbank Noord-Nederland, 22 oktober 2026 (bestuursrecht)

    Afwijzen van handhavingsverzoek op grond van de specifieke zorgplicht als bedoeld in artikel 2.11 van het Bal met betrekking tot het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij teelt op diverse…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2974Gerechtshof Den Haag, 30 september 2026 (strafrecht)

    Drijfmest in het oppervlaktewaterlichaam terechtgekomen, afkomstig van de mestopslag welke in gebruik was bij de verdachte rechtspersoon. Het hof stelt vast dat rechtspersoon alle maatregelen heeft…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:7732Rechtbank Gelderland, 30 september 2026 (omgevingsrecht)

    handhavingsverzoek vanwege vermeende oppervlakteverontreiniging door gebruik gewasbeschermingsmiddelen/ bestrijdingsmiddelen, niet in behandeling genomen, geen aanvraag in de zin van artikel 1:3…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:5990Rechtbank Oost-Brabant, 21 augustus 2026 (omgevingsrecht)

    De rechtbank beoordeelt aan twee eisers opgelegde lasten onder dwangsom vanwege overtreding van de specifieke zorgplicht in artikel 2.11 van het Bal. Daarbij gaat de rechtbank in op de volgende…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:6142Rechtbank Gelderland, 29 juli 2026 (omgevingsrecht)

    Last onder dwangsom vanwege het storten van 670.000 ton LD-staalslakken. Verzoek rechtstreeks beroep (artikel 7:1a Awb). De rechtbank stuurt de zaak met toepassing van artikel 8:54a Awb terug naar…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:5165Rechtbank Gelderland, 16 juni 2026 (verbintenissenrecht)

    Kort Geding. Onvoldoende aannemelijk dat erfpachter (zonnepark) op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst gehouden is om de kosten te dragen van het verwijderen van de zonnepanelen om een…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:3621Rechtbank Oost-Brabant, 28 mei 2026 (omgevingsrecht)

    Deze uitspraak gaat over drie aan eiseres opgelegde lasten onder dwangsom in verband met overtredingen van haar afvalstoffenbedrijf. De eerste twee lasten zien op overtreding van de specifieke…

  • ECLI:NL:CBB:2026:200College van Beroep voor het bedrijfsleven, 6 mei 2026 (bestuursrecht)

    Besluitbegrip. Het besluit van het Ctgb om het Azolenprotecol in te trekken is geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Een besluit waarmee de gebruiksvoorschriften van een…

27 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.