Besluit activiteiten leefomgeving

Bal

Huidige tekst

Artikel 16.7 Bal

Aanwijzing vergunningvrije gevallen

Geldt sinds 1 januari 2024

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een ontgrondingsactiviteit te verrichten, geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in artikel 16.6, voor zover het gaat om het ontgronden voor: a.een waterput, reservoir, bassin, vijver, poel of een daarmee vergelijkbare voorziening, als: 1°. grondlagen dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven; 2°. niet meer dan 1.000 m 3 wordt ontgraven; en 3°. deze voorziening niet in open verbinding staat met een oppervlaktewaterlichaam; b.een natuurvriendelijke oever van ten hoogste 10 m uit de insteek van de watergang; c.een ander natuurbouwproject, als grondlagen dieper dan 0,5 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven; d.een opgraving als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; e.het aanleggen, in stand houden, veranderen of verwijderen van buizen, kabels, palen of daarmee vergelijkbare werken; f.het bouwen, in stand houden of slopen van een bouwwerk; g.het treffen van een maatregel uit een omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, voor zover het gaat om: 1°. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een waterstaatswerk door of namens de waterbeheerder; 2°. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een plein, weg, spoorweg of luchthaven; h.het treffen van een maatregel uit een omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als: 1°. de locatie van ontgronding is opgenomen in dat plan, dat besluit of die vergunning; 2°. grondlagen dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven; en 3°. niet meer dan 10.000 m 3 grond wordt ontgraven; i.het onderhouden van een waterstaatswerk door of namens de waterbeheerder; of j.het aanleggen, onderhouden of veranderen van een watergang door een ander dan door of namens de waterbeheerder, als: 1°. grondlagen dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven; en 2°. de watergang een bovenbreedte heeft van niet meer dan 6 m, een bodembreedte van niet meer dan 3 m, en, als een peilbesluit is vastgesteld, een diepte van niet meer dan 1 m onder dat peil.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2025:1591Raad van State, 9 april 2025 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 18 december 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan Larendael Participaties B.V. een ontgrondingenvergunning verleend voor het uitvoeren van…

  • ECLI:NL:RVS:2024:1439Raad van State, 8 april 2024 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 18 december 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan Larendael Participaties B.V. een ontgrondingenvergunning verleend voor het uitvoeren van…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.