Besluit activiteiten leefomgeving

Bal

Huidige tekst

Artikel 8.24 Bal

Ligging van de kabel of leiding

Geldt sinds 1 januari 2024

  1. 1

    Met het oog op een veilig en doelmatig gebruik van de weg wordt een kabel of leiding gelegd: a.buiten de verharding van de weg; b.op een afstand van ten minste 2,5 m van de aanwezige bomen, gemeten vanuit de as van de bomenrij als er een bomenrij is; c.op een afstand van ten minste 1,5 m van andere beplanting, met uitzondering van gras; d.als de kabel of leiding parallel aan een bermsloot wordt gelegd: op een afstand van ten minste 1,5 m vanaf de insteek van de bermsloot; e.als de kabel of leiding parallel aan een talud wordt gelegd: op een afstand van ten minste 1,5 m vanaf de teen van het talud; en f.als de kabel of leiding parallel aan een geleiderailconstructie wordt gelegd: op een afstand van ten minste 1,5 m vanaf die constructie.

  2. 2

    De afstanden worden gemeten tot aan de dichtstbij gelegen zijde van de kabel of leiding.

  3. 3

    Het vlak, gelegen onder een helling van 1:3 uit de onderkant van de verharding of de fundering, wordt niet doorsneden.

  4. 4

    In de berm van de weg is de gronddekking boven een kabel of leiding ten minste 0,8 m. De gronddekking bestaat uit twee lagen.

  5. 5

    Als een kabel of leiding kruist met een bermsloot, is de gronddekking boven de kabel of leiding ten minste 0,8 m.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.